Snel van uw pijn af? Binnen 1 week een afspraak bij onze orthopedisch specialisten op 12 locaties.

Orthozorg Specialist in Orthopedie
Afspraak Binnen één Week bij 12 Locaties

Orthozorg (voorheen Echozorg)
  • Home
  • Aandoeningen
    • Schouder
      • Slijmbeursontsteking schouder
      • Frozen Shoulder
      • Tendinitis calcarea
      • Peesontsteking schouder
      • Artrose schouder
      • Cuff ruptuur
      • Artrose AC gewricht
      • Biceps Tendinitis
    • Elleboog
      • Tennisarm
      • Golferselleboog
      • Slijmbeurs-ontsteking elleboog
    • Pols en hand
      • Quervain
      • Triggervinger
      • Artrose duim
      • Ganglion pols
    • Heup
      • Slijmbeurs-ontsteking heup
    • Knie
      • Artrose knie
      • Jumpers knee
      • Osgood Schlatter
    • Voet en enkel
      • Achillespees ontsteking
      • Hielspoor
      • Mortons neuroom
      • Peesplaatontsteking
  • Behandelingen
    • Echografie
    • Echogeleide injectie
    • Cortisone injectie
    • Hyaluronzuur injectie
    • ACP injectie
    • Barbotage
    • Shockwave therapie
  • Over ons
    • Meest gestelde vragen
    • Vestigingen
    • Tarieven en vergoedingen
    • Rekening
    • Verwijzers
    • Reviews
    • Geef een review
    • Klachten en privacy
  • Contact
  • Menu Menu

Mortons neuroom

Neuroom van Morton | Mortonse neuralgie | Beknelde zenuw in de voorvoet

Tekening van een Mortons neuroom: een gezwollen zenuw tussen het derde en vierde middenvoetsbeentje in de bal van de voet

Herkent u deze klachten?

  • Brandende pijn in de bal van uw voet
  • Drang om uw schoenen uit te trekken
  • Tintelingen of een doof gevoel in uw tenen

Herkent u dit? Dan is de kans groot dat u last heeft van een Mortons neuroom.

Heeft u meer dan 6 weken pijn? Maak dan een afspraak bij Orthozorg.

Bel nuContact
Bel nuContact
Geschreven door
Bella van Dalen, orthopeed gespecialiseerd in voet- en enkelchirurgie, eerder bij Bergman Clinics. Behandelde ongeveer 4.000 mensen met een Mortons neuroom. Duizend opereerde zij, de rest niet.
Robert de Zoete, echografist en oprichter van Orthozorg.
Laatst bijgewerkt: september 2026
List List Menu
  • Wat is het?
  • Diagnose en onderzoek
  • Behandeling
  • Cortisone injectie
  • Zenuwbehandeling
  • Operatie
  • Pijn na operatie
  • Bella van Dalen
  • Afspraak maken

Een Mortons neuroom is een veel voorkomende zenuwaandoening in de bal van de voet.

Wat u nu al kunt doen

Ontzie uw voet. Wandel een tijdje minder, en draag bredere schoenen met een lage hak. Paracetamol of een ontstekingsremmer haalt de ergste pijn eraf.

Een steunzool of een aanpassing van uw schoen haalt de druk van de pijnlijke plek. Dat helpt vaak bij pijn in de voorvoet.

Heeft u dit al geprobeerd? Worden de klachten niet minder?

Dan is het verstandig om uw voet te laten onderzoeken. Een Mortons neuroom is hinderlijk en een lastig te behandelen aandoening.

Er zijn verschillende andere aandoeningen die vrijwel dezelfde klachten geven. Met een echo, een röntgenfoto of een MRI-scan is het onderscheid meestal wel te maken.

Eerst zien, dan behandelen

Dat is het motto van Orthozorg, een polikliniek voor orthopedie. U wordt bij ons altijd gelijktijdig onderzocht door een orthopeed en een echografist.

We proberen alle onderzoeken tijdens het eerste consult te doen. Is behandeling mogelijk, dan doen we dat ook meteen. U bent op al onze locaties welkom voor onderzoek en behandeling.

Maak een afspraak bij Orthozorg

Binnen één week geholpen. Op verwijzing van uw huisarts.

Vergoed vanuit de basisverzekering. Geen eigen bijdrage, wel eigen risico.

Bel nuContact
Bel nuContact

Mortons neuroom in het kort

  • Wat het is: een verdikking van een zenuw tussen de middenvoetsbeentjes, meestal tussen de derde en vierde teen. Het is littekenweefsel, geen tumor en geen ontsteking.
  • Klachten: brandende of stekende pijn in de bal van de voet, uitstraling naar twee tenen, en het gevoel dat u op een steentje loopt.
  • Oorzaak: langdurige druk en wrijving op de zenuw. Smalle schoenen worden het vaakst genoemd, maar het duidelijkste verband is gevonden met een stijve enkel of korte kuitspieren.
  • Bij wie: vaker bij vrouwen, meestal tussen de veertig en zestig jaar.
  • Diagnose: onderzoek met de hand, aangevuld met een echo. Een verdikking op beeld is niet genoeg, want ook een op de drie mensen zonder voetpijn heeft er een. Bij twijfel geeft een proefverdoving uitsluitsel.
  • Behandeling: schoenadvies en een drukverlagende zool, daarna een echogeleide injectie, daarna een zenuwbehandeling met warmte of kou, en als laatste een operatie.
  • Vooruitzicht: de verdikking gaat niet vanzelf weg, maar de pijn is bij de meeste mensen goed te behandelen.
  • Bij Orthozorg: binnen één week onderzocht door een orthopeed én een echografist tijdens hetzelfde consult, op tien locaties. Vaak kunt u dezelfde dag behandeld worden.

Over Orthozorg

“Eerst zien, dan behandelen.” Dat is het motto van Orthozorg.

Orthozorg is een orthopedische polikliniek met tien vestigingen in Nederland. Sinds 2012 behandelen we jaarlijks zo’n 5.000 patiënten met schouder-, elleboog-, knie- en voetklachten.

Wat ons onderscheidt: u wordt altijd onderzocht door een orthopeed én een echografist, tijdens hetzelfde consult. Geen doorverwijzing, geen wachten op een apart onderzoek. We stellen de diagnose en behandelen vaak op dezelfde dag.

Dat kunnen we omdat we de beeldvorming in eigen hand houden. De echo, de röntgenfoto en de MRI worden beoordeeld door de mensen die u zelf hebben onderzocht.

Waar we vandaan komen

Orthozorg heette vroeger Echozorg. Opgericht door echografist Robert de Zoete, begonnen met één echoapparaat aan de Hoornse Geldelozeweg.

Inmiddels hebben we alle orthopedische beeldvorming in huis, inclusief een eigen mobiele MRI-, röntgen- en echobus.

De naam veranderde. Ons hart voor echografie niet. We zeggen het nog steeds dagelijks tegen onze patiënten: eerst een echo.

Wie heeft deze pagina geschreven?

Bella van Dalen, orthopedisch chirurg, gespecialiseerd in voet- en enkelchirurgie. Zij leverde de klinische inhoud over onderzoek, injecties en de beide operaties.

Robert de Zoete, echografist, gespecialiseerd in echografie van spieren, pezen en gewrichten. Hij schreef de delen over het echo-onderzoek en de proefverdoving.

Ans Derks, medisch directeur, is medisch eindverantwoordelijk voor de inhoud van deze pagina.

De medische inhoud is onderbouwd met wetenschappelijke literatuur. Bij elk onderdeel staat onderaan welke bronnen zijn gebruikt, en waar bewijs ontbreekt zeggen we dat erbij.

Laatst inhoudelijk beoordeeld: september 2026.

Wat is een Mortons neuroom?

Een Mortons neuroom is een gezwollen zenuw in de bal van de voet. Het is dus geen tumor of gezwel.

Deze zenuw loopt tussen de middenvoetsbeentjes door naar de tenen. Onderweg gaat hij onder een stevig bindweefselbandje door. Juist daar kan hij geïrriteerd raken.

Bij elke stap drukt het bandje van boven, de twee botkopjes van opzij en de grond van onderaf. Daarbij schuiven die botjes ook langs elkaar.

Mortons neuroom gezwollen zenuw meestal tussen het 3e en 4e middenvoetsbeentje

Wordt die druk te groot of komt de zenuw in de knel, dan zwelt hij op. Geleidelijk ontstaat er pijnlijk littekenweefsel omheen.

Bij de meeste patiënen zit de zwelling tussen het derde en vierde middenvoetsbeentje. Soms tussen het tweede en derde.

Vrouwen krijgen vaker last van een Mortons neuroom dan mannen.

Klachten en symptomen

De typische klacht van een mortons neuroom is een brandende of stekende pijn in de bal van uw voet.

De pijn straalt vaak uit naar twee tenen. Meestal in één voet, en op één plek.

Andere klachten die vaak voorkomen:

  • Het gevoel dat u op een steentje of een gevouwen sok loopt
  • Tintelingen, een doof of branderig gevoel in twee tenen
  • Kramp in de tenen
  • De drang om uw schoen uit te trekken

Wanneer de meeste klachten

De pijn is het hevigst tijdens lopen en staan. Nauwe schoenen en hoge hakken maken het erger. De gezwollen zenuw komt dan nog meer in de klem.

Veel patiënten trekken hun schoen uit en masseren de voorvoet. De pijn lijkt als het ware weg te zakken. Dit is typisch voor een Mortons neuroom.

Een klik in uw voorvoet

Sommige mensen voelen of horen tijdens lopen een klik in de voorvoet. Wie dat zelf opmerkt, blijkt bij onderzoek vrijwel altijd een Mortons neuroom te hebben.

Vertel het dus aan uw arts als u dit herkent. Tijdens het lichamelijk onderzoek proberen we de op te wekken, door uw voorvoet voorzichtig zijwaarts samen te knijpen.

Wanneer het waarschijnlijk iets anders is

Zit de pijn in beide voeten tegelijk? Of verspreid onder meerdere botjes in plaats van op één plek?

Dan is de kans kleiner dat het een Mortons neuroom is.

We denken dan eerder aan een ontstoken slijmbeurs, een dun vetkussen of een ontstoken teengewricht.

Heeft u in beide voeten tintelingen of een doof gevoel? En zit dat niet op één plek maar breder, soms tot in de enkels? Dan kan er iets met meerdere zenuwen tegelijk zijn. Dat heet polyneuropathie. Het komt onder meer vaak voor bij patiënten met suikerziekte. Daar letten we o[bij het onderzoek.

Hoe ontstaat een Mortons neuroom?

De exacte oorzaak van een Mortons neuroom is niet bekend.

Wel weten we dat de zenuwzwelling ontstaat door langdurige druk en wrijving tussen de middenvoetsbeentjes.

Op internet leest u van alles over dé oorzaak van een Mortons neuroom. Lang niet alles daarvan klopt. Hieronder hebben we wat wél en niet is aangetoond op een rijtje gezet.

Smalle schoenen en hoge hakken

Schoenen met een smalle punt duwen de middenvoetsbeentjes naar elkaar toe. De zenuwen die daartussen lopen, kunnen klem komen te zitten onder een bindweefselbandje tussen de middenvoetsbeentjes.

Hoge hakken duwen uw lichaamsgewicht naar voren. Daardoor komt er meer druk op de voorvoet. Een smalle punt met een hoge hak is de ongunstigste combinatie. Ook een te kleine maat kan klachten geven, want dan krullen uw tenen op.

Schoenen zijn de meest genoemde oorzaak. Bewezen is het niet. Maar het is wel wat patiënten zelf het duidelijkst merken: de pijn zakt weg zodra de schoen uitgaat.

Korte kuitspieren of een stijve enkel

Dit is de best onderbouwde oorzaak. En tegelijk de minst bekende.

Is uw kuitspier of achillespees te kort, dan buigt uw enkel tijdens het lopen minder ver door. Daardoor steunt u eerder en zwaarder op de voorvoet. Precies waar de zenuwen tussen de middenvoetsbeentjes lopen.

Hoe stijver de enkel, hoe groter de kans op een Mortons neuroom. Van alle onderzochte oorzaken heeft deze het duidelijkste verband.

En er is iets aan te doen. Namelijk rekoefeningen. En heel soms een operatie waarbij de kuitspieren worden verlengd. Deze operatie is zelden nodig en komt pas in beeld als niets anders helpt.

Een instabiel teengewricht

Onder elk teengewricht ligt een stevige plaat van kraakbeenachtig weefsel: de plantaire plaat. U kunt hem vergelijken met de meniscus in uw knie. Hij vangt de druk op en houdt het middenvoetsbeentje en het eerste kootje van de teen op hun plek.

Doorsnede van een teengewricht: de plantaire plaat ligt als stevige band aan de onderkant tussen het middenvoetsbeentje en het eerste teenkootje

Raakt die plaat beschadigd, dan wordt het teengewricht instabiel. De belasting op uw voorvoet verandert daardoor.

Toch is een beschadigde plantaire plaat meestal geen oorzaak van een neuroom. Wel wordt hij er vaak mee verward.

Dat blijkt uit onderzoek waarin beide aandoeningen tegelijk zijn bekeken. In de grootste studie werden veertig beschadigde plantaire platen gevonden, bijna allemaal bij de tweede teen. Bij geen enkele daarvan zat een neuroom in de ruimte ernaast. Wel iets anders: littekenweefsel rond het gewrichtskapsel, of een ontstoken slijmbeurs.

Dat weefsel lijkt op een echo sprekend op een neuroom. Zo ontstaan verkeerde diagnoses, vooral bij de tweede teen.

Daarom onderzoeken we altijd of uw teengewricht stabiel is. Zit de pijn óp het gewricht in plaats van ertussen, dan is het waarschijnlijk geen Morton.

Trauma

Stoot u uw teen hard ergens tegenaan, dan kan het gewricht gedeeltelijk uit de kom schieten. Ook een kneuzing of een verstuiking van de voorvoet kan de stand van de botjes veranderen.

Het teenkootje komt dan iets omhoog te staan. Daardoor kantelt het middenvoetsbeentje naar beneden, richting de zenuw die eronder doorloopt. Bij elke stap komt er dan meer druk op die plek.

Zo kan een ongeluk van jaren geleden nu nog meespelen. De klachten beginnen soms pas maanden later.

Let op: na een trauma komt de pijn vaker uit het teengewricht zelf, uit een beschadigde plantaire plaat of uit een haarscheurtje dan uit de zenuw. Het verband tussen een trauma en een neuroom is niet bewezen.

Kromme tenen en een scheve grote teen (hallux valgus)

Hamertenen, klauwtenen en een scheve grote teen komen vaak samen met een Mortons neuroom voor. Toch zijn ze waarschijnlijk niet de oorzaak. Dat is uitgezocht en er kwam geen verschil uit.

Wat ze wel laten zien: uw voorvoet heeft het al lang zwaar. Kromme tenen ontstaan namelijk doordat dezelfde plantaire platen onder de teengewrichten langzaam verslappen.

We kijken er dus zeker naar. Maar heeft u er zelf geen last van, dan behandelen we ze niet. En zeker niet in de hoop dat het neuroom er vanzelf mee verdwijnt.

Waarom juist tussen de derde en vierde teen?

Daar zijn twee verklaringen voor. Welke klopt, weten we niet.

De oorspronkelijke verklaring: tussen deze middenvoetsbeentjes komen twee zenuwtakken samen. De zenuw naar de tenen zou daardoor dikker zijn en dus sneller bekneld raken. Maar die samenkomst blijkt bij maar één op de drie mensen aanwezig. Dat verklaart te weinig.

De tweede verklaring is logischer. Het binnenste deel van uw voet staat vrij stijf. Het buitenste deel beweegt juist mee. De ruimte tussen het derde en vierde middenvoetsbeentje ligt precies op die overgang. Daar schuiven de botjes bij iedere stap het meest langs elkaar. En juist daar loopt de zenuw.

Platvoeten en overpronatie: vaak genoemd, niet aangetoond

Op vrijwel elke website staat dat platvoeten, een doorgezakte voorvoet, overpronatie of een afwijkende lengte van de middenvoetsbeentjes een Mortons neuroom veroorzaken.

Dat is onderzocht. Het bewijs ontbreekt.

In één onderzoek werd de voetstand vergeleken van mensen met en zonder neuroom. Daar kwam geen verschil uit. In een ander onderzoek werd op röntgenfoto’s de lengte van de middenvoetsbeentjes en de stand van de grote teen gemeten. Ook daar geen verschil. En in de enige studie waarin de voetstand met een zool werd gecorrigeerd, veranderde de pijn niet.

Toch doet de vorm van uw voet er wel toe, alleen anders dan vaak wordt gedacht. Een zool die de stand corrigeert helpt niet. Een zool die de druk onder de botkopjes wegneemt wel.

Dat verschil bepaalt hoe een goede zool eruitziet.

Wie krijgt het vaker?

Vrouwen krijgen een Mortons neuroom vaker dan mannen, waarschijnlijk vooral door schoeisel. De klachten beginnen meestal tussen de veertig en de zestig jaar.

We zien het verder vaker bij hardlopers, dansers en mensen die de hele dag staan of lopen.

Bij Orthozorg: we kijken niet alleen naar de zenuw. We testen ook hoe ver uw enkel doorbuigt, of uw teengewrichten stabiel zijn en hoe dik het vetkussen onder uw voorvoet is. Die drie bepalen mee welke behandeling zin heeft.
Bronnen: Naraghi R et al., J Foot Ankle Res 2016 · Naraghi R et al., Foot Ankle Int 2017 · Gregg J et al., MRI van scheuren in de plantaire plaat en bijkomende afwijkingen in de aangrenzende ruimte · Kilmartin TE & Wallace WA, Foot Ankle Int 1994 · Coughlin MJ et al., Foot Ankle Int 2002 · Levitsky KA et al., Foot Ankle 1993 · Gougoulias N et al., EFORT Open Rev 2019

Wat gebeurt er als u er niets aan doet?

De verdikking verdwijnt niet vanzelf, maar uw pijn kan wel overgaan.

Waarom de verdikking blijft

Een Mortons neuroom is geen ontsteking en geen gezwel. Rond de zenuw is littekenweefsel ontstaan, en dat lost niet op. Ook na maanden zien we de verdikking op de echo meestal gewoon terug.

Daarom werkt alleen afwachten niet. Er moet iets veranderen aan de druk op die plek.

Waarom de pijn toch kan zakken

De pijn komt niet van de verdikking zelf, maar van de irritatie eromheen. Haalt u de druk weg, dan kan die irritatie tot rust komen. De zenuw blijft dan dikker, maar u merkt er weinig meer van.

Dat is ook de reden dat bredere schoenen, een lagere hak en een steunzool zoveel doen. Ze veranderen de zenuw niet, maar wel wat er de hele dag mee gebeurt.

Hoe vaak lukt dat?

Vaker dan mensen denken. In een groot onderzoek ging ruim acht op de tien mensen vooruit met een stapsgewijze aanpak. Ongeveer twee op de tien had uiteindelijk een operatie nodig.

Wel geldt: hoe langer de klachten al bestaan, hoe minder er van schoenen en zolen alleen te verwachten valt.

Wanneer moet u niet langer afwachten?

  • De pijn houdt langer dan zes weken aan, ondanks andere schoenen
  • U krijgt tintelingen of een doof gevoel in uw tenen
  • Uw looppatroon verandert, omdat u de pijn ontwijkt
  • Er is nog geen zekerheid of de pijn wel uit de zenuw komt

Die laatste is belangrijker dan hij lijkt. Verschillende aandoeningen in de voorvoet geven bijna dezelfde klachten. Die zijn met de hand niet altijd uit elkaar te houden, en dan wacht u misschien op iets wat sowieso niet vanzelf overgaat.

Bronnen: Bennett GL et al., Foot Ankle Int 1995, 115 patiënten met een stapsgewijze aanpak: 85% ging vooruit en 79% had geen operatie nodig, 21% werd uiteindelijk geopereerd · StatPearls, Morton Neuroma: het gaat om littekenvorming rond en in de zenuw en niet om een gezwel, de aandoening is degeneratief en niet kwaadaardig

Diagnose en onderzoek

De diagnose Mortons neuroom lijkt gemakkelijk te stellen. Mensen klagen over een pijnlijke plek in de bal van de voet. En over een tintelend gevoel in de tenen.

Tijdens het lichamelijk onderzoek knijpt de orthopeed de voorvoet samen. Hij drukt daarbij op de pijnlijke plek tussen de tenen.

Soms verspringt de gezwollen zenuw dan met een klik onder de vingers.

Test van Mulder bij een Mortons neuroom: de voorvoet wordt samengeknepen terwijl de duim tussen de middenvoetsbeentjes drukt

Vaak blijft die klik uit. Dat betekent niet dat er geen Mortons neuroom is. Daarom onderzoeken we uw voet bij Orthozorg altijd echogeleid.

Zo nodig volgt een röntgenfoto of een MRI. Daarmee kijken we naar andere aandoeningen die dezelfde klachten geven.

Blijft er twijfel? Dan geven we een proefverdoving. Binnen een kwartier weet u of de pijn uit die plek komt.

Andere aandoeningen die op een Mortons neuroom lijken

In de voorvoet zitten meerdere aandoeningen die bijna dezelfde pijnklachten veroorzaken.

Daarom kijken wij eerst waar de pijn precies zit. Dat is het beste startpunt, ook als er al een diagnose is gesteld.

Pijn tussen de botjes, met uitstraling naar de tenen

Dit past bij een Mortons neuroom. Maar op diezelfde plek zit ook de slijmbeurs tussen de middenvoetsbeentjes, en die kan ontstoken raken. Zo’n intermetatarsale bursitis straalt meestal niet uit naar de tenen.

Op de echo is het verschil goed te zien. Een slijmbeurs bevat vocht en is in te drukken, een neuroom niet.

Pijn op of onder een teengewricht

Zit de pijn op het gewricht zelf en doet het zeer bij het buigen van uw teen, dan denken we eerder aan een ontsteking van het gewrichtskapsel. Dat heet een MTP-capsulitis of synovitis.

Ook artrose van zo’n teengewricht geeft pijn op die plek. Het gewricht wordt dan stijver en vaak wat dikker. Kenmerkend is dat de pijn op het gewricht zelf zit en niet in de ruimte ertussen.

Zit de pijn er net onder, aan de voetzool, dan kan de plantaire plaat beschadigd zijn. Dat is het stevige bandje onder het teengewricht. Een teen die scheef gaat staan of van de buurteen af wijkt, is daarbij een belangrijk teken.

Pijn op het bot zelf

Voelt u de pijn op de schacht van een middenvoetsbeentje, en houdt die ook in rust aan, dan kan er een vermoeidheidsbreukje zitten. Nachtpijn hoort daarbij. Zo’n stressfractuur is op de echo niet goed te zien, daarvoor maken we een röntgenfoto.

Ligt de pijn juist op het kopje van het bot, dan kan dat kopje zelf zijn aangedaan. Dat heet de ziekte van Freiberg.

Pijn verspreid onder de hele voorvoet

Loopt u alsof u op knikkers loopt, en zit de pijn onder meerdere botkopjes tegelijk, dan is het vetkussen onder uw voorvoet vaak dunner geworden. Daarbij hoort geen tinteling en geen uitstraling naar de tenen.

Waarom dit vaker misgaat dan u denkt

De diagnose Mortons neuroom wordt te vaak gesteld. Daar zijn twee redenen voor.

Ten eerste lijken de klachten sterk op elkaar. Lichamelijk onderzoek alleen zit er daardoor regelmatig naast, hoe ervaren de onderzoeker ook is.

Ten tweede kan het beeld u op het verkeerde been zetten. Rond een beschadigde plantaire plaat ontstaat littekenweefsel en vaak wat vocht, en dat lijkt op de echo sprekend op een neuroom. Juist tussen het tweede en derde middenvoetsbeentje gaat dat mis.

Een verdikte zenuw op de echo bewijst bovendien niet dat die zenuw uw pijn veroorzaakt. Ook bij mensen zonder klachten worden ze gevonden.

Hoe wij het onderscheid maken

Wij beginnen bij uw verhaal en bij de plek die pijn doet. Daarna kijken we met de echo mee, en zo nodig met een röntgenfoto of een MRI.

Blijft er twijfel, dan geven we een proefverdoving. Verdwijnt uw pijn daarvan, dan weten we waar hij vandaan komt. Dat is betrouwbaarder dan het beeld alleen.

Bronnen: Gregg J et al., MRI-onderzoek van 40 scheuren van de plantaire plaat, vrijwel alle bij het tweede teengewricht: bij geen enkele zat een neuroom in de aangrenzende ruimte, wel littekenvorming rond het kapsel en een slijmbeursontsteking · een neuroom op de echo komt ook voor bij mensen zonder klachten, de grootte ervan voorspelt de klacht niet

Wat ziet de echografist op de echo?

Een Mortons neuroom is op de echo te zien als een donkere, ovale verdikking tussen de kopjes van de middenvoetsbeentjes.

De verdikking ligt aan de onderkant van uw voet. En hij is stevig: hij laat zich niet wegdrukken.

Echo van een Mortons neuroom: de donkere ovale verdikking tussen de middenvoetsbeentjes, aangewezen met een pijl

Het verschil met een slijmbeursontsteking

Dat hij zich niet laat wegdrukken, is belangrijk. Tussen dezelfde botkopjes kan namelijk ook een ontstoken slijmbeurs zitten. Die geeft vrijwel dezelfde pijn.

Een slijmbeurs zit vol vocht en laat zich wél wegdrukken onder de echokop. Een verdikte zenuw niet. Dat onderscheid maken we in enkele seconden. Op een röntgenfoto is het niet te zien.

Bewegend onderzoek

Tijdens het onderzoek knijpen we uw voorvoet zijwaarts samen. Bij een Mortons neuroom schiet de verdikking dan zichtbaar weg tussen de botkopjes. Een slijmbeurs is daar te soepel voor.

Dit bewegende onderzoek zegt meer dan een stilstaand beeld.

Waar we verder naar kijken

In hetzelfde onderzoek beoordelen we de rest van uw voorvoet: de teengewrichten, de plantaire plaat, het bot van de middenvoetsbeentjes en de kootjes, en de dikte van het vetkussen onder uw voorvoet.

De plantaire plaat is de stevige band aan de onderkant van elk teengewricht. Raakt die beschadigd, dan geeft dat pijn die veel op een neuroom lijkt.

We beoordelen ook de andere ruimtes tussen uw tenen, ook als uw klachten maar op één plek zitten.

De grootte van de verdikking zegt trouwens weinig. Een klein neuroom kan veel pijn geven en een groot neuroom bijna niets. We meten het wel, maar we sturen er de behandeling niet op.

Bij Orthozorg: de echo wordt gemaakt door een echografist die alleen spieren, pezen en gewrichten scant. In dezelfde kamer waar de orthopeed u onderzoekt. De uitslag bespreken we meteen, niet dagen later.

Wanneer maken we een röntgenfoto?

Op een röntgenfoto is een zenuw niet te zien. Die toont alleen botten en gewrichten.

Een Mortons neuroom tonen we daarom aan met de echo. De röntgenfoto gebruiken we om andere oorzaken van uw pijn uit te sluiten:

  • Artrose van een teengewricht
  • Een standsafwijking van de tenen of de voorvoet
  • Een aandoening van een metatarsaalkopje (de ziekte van Freiberg)
  • Aantasting van het bot, bijvoorbeeld bij reuma

Een foto is dus geen extra controle van het neuroom. Hij beantwoordt een andere vraag.

Bij Orthozorg: we hebben röntgen in eigen huis. Is een foto nodig, dan maken we die meestal tijdens hetzelfde bezoek.

Wanneer is een MRI nodig?

Bij een Mortons neuroom is een MRI niet beter dan een echo.

De echo toont de aandoening in ongeveer negen van de tien gevallen. En de echo geeft minder vaak vals alarm dan een MRI. Voor het neuroom zelf voegt een MRI dus weinig toe.

Wanneer we hem wel aanvragen

Juist voor de aandoeningen waarbij de echo tekortschiet:

  • Een gescheurde plantaire plaat. Dat is de stevige plaat onder een teengewricht. Daarvoor is de MRI nauwkeuriger dan de echo, zeker als een operatie in beeld komt.
  • Een haarscheurtje in een middenvoetsbeentje. In een vroeg stadium is dat vaak nog niet op een röntgenfoto te zien. Op de MRI wel.
Bij Orthozorg: we hebben een eigen MRI. Is er een scan nodig, dan staat die binnen enkele dagen gepland. U hoeft dus niet weken te wachten of naar een ander adres.
Bron: systematische review echografie versus MRI bij het Mortons neuroom: de echo toont de aandoening in ongeveer 90% van de gevallen, met minder fout-positieve uitslagen dan MRI.

De proefverdoving

Bij twijfel geven we een kleine hoeveelheid verdoving in de verdachte ruimte tussen de botkopjes. Zakt uw pijn weg, dan is dat een sterke aanwijzing waar die vandaan komt.

Dat is nodig omdat een verdikte zenuw op de echo nog niet bewijst dat úw pijn daarvandaan komt. Ongeveer een op de drie mensen zonder voetpijn heeft ook zo’n verdikking. Het beeld alleen is dus niet genoeg.

Hoe het gaat

Echogeleid brengen we een dunne naald tot naast de zenuw. Daar geven we de verdoving. Dat duurt een paar minuten.

Daarna loopt u een kwartiertje rond. U merkt dan zelf of de pijn wegzakt.

Wat de uitslag betekent

Zakt de pijn weg? Dan weten we vrij zeker uit welke hoek van uw voorvoet die komt. Helemaal zeker is het niet, want de verdoving kan zich ook verspreiden naar het weefsel ernaast.

Blijft de pijn? Dan zoeken we verder. Ook dan is een Mortons neuroom niet meteen uitgesloten. Dat is geen mislukte prik, maar een antwoord.

Wat deze test niet doet, is voorspellen of een operatie gaat helpen. Dat weten we pas achteraf.

Ook vóór een zenuwbehandeling

Overwegen we een behandeling van de zenuw zelf, met kou of warmte, dan doen we deze prik altijd eerst.

Zo’n behandeling richt zich namelijk op de zenuw. Dan moet zo goed mogelijk vaststaan dat die zenuw uw pijn ook werkelijk veroorzaakt.

Bij Orthozorg: deze proefverdoving kan tijdens hetzelfde consult. U hoeft er dus niet voor terug te komen.
Bronnen: Zanetti M et al., Radiology 1997 en Bencardino J et al., AJR 2000: 30 tot 33% van de mensen zonder voetklachten heeft een neuroom op beeldvorming · Younger AS, Claridge RJ, Foot Ankle Int 1998: een positieve proefverdoving voorspelt geen geslaagd operatieresultaat

Mortons neuroom behandeling

De verdikking van de zenuw gaat niet meer vanzelf weg. Uw pijn wel.

Dat klinkt vreemd, maar het is goed nieuws. De verdikking is littekenweefsel en dat lost niet op. De pijn ontstaat door de druk erop, en die druk kunnen we wel wegnemen.

Vaak is dat al genoeg. Bredere schoenen, een zool die de druk onder de botkopjes verlaagt, en een tijdje minder wandelen. Zo komt de zenuw tussen de middenvoetsbeentjes tot rust. Een pijnstiller helpt u door die periode heen.

Blijft uw voorvoet pijnlijk? Dan hebben we bij Orthozorg drie behandelingen:

  • Een echogeleide cortisone-injectie
  • Een zenuwbehandeling met kou of warmte, vanaf begin 2027
  • Een operatie

We beginnen bij de eerste stap die u nog niet heeft geprobeerd.

Wat kan ik zelf doen?

Alles wat u zelf kunt doen komt neer op één ding: minder druk en minder wrijving in uw voorvoet.

Dat klinkt simpel. Toch is dit de stap die het vaakst half wordt gedaan.

Uw schoenen leveren de meeste winst op

Het neuroom zit tussen twee botkopjes. Een smalle schoen duwt die kopjes naar elkaar toe. Precies daar ligt de zenuw.

Waar u op let bij een schoen:

  • Breed genoeg bij de tenen, met een ronde neus
  • Een hak van maximaal drie centimeter
  • Een zool die niet doorbuigt onder de bal van uw voet
  • Een uitneembaar voetbed, zodat er later een zool in kan

Een eenvoudige test: haal het voetbed uit uw schoen. Leg het op de grond en ga erop staan. Steekt uw voorvoet aan de zijkant over de rand? Dan is die schoen te smal voor u.

Neem de belasting tijdelijk terug

Hardlopen, lang staan en wandelen op een harde ondergrond maken de klachten erger. Bouw dat een tijd af. Niet voorgoed, wel lang genoeg om de zenuw rust te geven.

Fietsen en zwemmen belasten uw voorvoet nauwelijks. Zo houdt u uw conditie op peil.

Helpen oefeningen, massage of tapen?

Hier moeten we eerlijk zijn. Geen enkele oefening maakt een neuroom kleiner. Massage en tapen ook niet. De verdikking van de zenuw verandert er niet door.

Toch zijn ze niet zinloos. Uw voorvoet masseren geeft vaak even verlichting. En één oefening heeft wél een duidelijke reden.

Rek uw kuit en uw achillespees

Is uw kuit stug, dan kunt u uw voet minder ver omhoog buigen. Bij het afzetten rolt u dan eerder en langer over uw voorvoet. Daardoor komt er meer druk op precies de plek waar het neuroom zit.

Test het zelf. Ga op een halve meter van een muur staan en zet uw handen tegen de muur. Houd uw hiel op de grond en buig naar voren. Komt uw knie met gestrekt been nauwelijks voorbij uw tenen? Dan is uw kuit stug.

Rek daarna twee keer, allebei dertig seconden:

  • Met uw achterste been gestrekt, voor de kuitspier
  • Met uw achterste knie licht gebogen, voor de diepere spier en de achillespees

Doe dit twee keer per dag. Geef het zes weken.

Ook hiervan wordt de zenuw niet dunner. U haalt er wel bij elke stap druk mee weg.

Helpt het rekken niet? Of loopt u anders sinds u pijn heeft? Dan kan een fysiotherapeut daarnaar kijken. Aan het neuroom zelf doet die niets.

Pijnstillers

Paracetamol dempt de pijn. Een ontstekingsremmer helpt sommige mensen, maar een Mortons neuroom is geen ontsteking. Verwacht er dus niet te veel van.

Pijnstillers halen de druk niet weg. Ze zijn een hulpmiddel naast goede schoenen en een zool, niet in plaats daarvan.

Hoe lang moet u dit volhouden?

Geef uzelf drie tot zes maanden. Merkt u in die tijd geen enkele verbetering? Dan is het verstandig uw voorvoet te laten onderzoeken.

Wacht korter als de pijn u uit uw werk of uw sport houdt.

Bij Orthozorg: we vragen altijd wat u al heeft geprobeerd. Heeft u dit goed en lang genoeg gedaan, dan slaan we deze stap over. U verliest dan geen maanden aan iets dat u allang achter de rug heeft.
Bron: Thomson L et al., systematisch overzicht van niet-operatieve behandelingen bij het Mortons neuroom, Foot Ankle Surg 2020. Een corticosteroïdinjectie is de best onderbouwde niet-operatieve behandeling. Voor stand-corrigerende zolen is geen bewijs gevonden.

Steunzolen

Een zool maakt het neuroom niet kleiner. Maar hij kan de druk op de zenuw flink verlagen, en dat scheelt bij veel mensen pijn.

Waar het om draait

Het werkzame deel van de zool is een klein verhoginkje net achter de kopjes van de middenvoetsbeentjes. Dat heet een metatarsaalpelotte.

Steunzool voor een Mortons neuroom met een verhoging net achter de kopjes van de middenvoetsbeentjes, die de druk op de zenuw verlaagt

Die pelotte tilt de middenvoetsbeentjes iets uit elkaar. Daardoor wordt de ruimte waarin de zenuw ligt breder. De druk erop neemt af.

De plek luistert nauw. Ligt de pelotte een halve centimeter te ver naar voren, dan duwt hij juist tégen de pijnlijke plek. Dan doet de zool meer kwaad dan goed.

Bij sommige voeten werkt het omgekeerde beter. Dan komt er geen verhoging achter de botkopjes, maar juist een uitsparing onder de pijnlijke plek. Welke van de twee bij u past, hangt af van uw voet. Er is niet één zoolontwerp dat voor iedereen het beste is.

Wat een zool niet moet doen

Veel zolen zijn gemaakt om de stand van uw voet te corrigeren. Bijvoorbeeld bij een doorgezakte voet.

Voor een Mortons neuroom is daar geen bewijs voor gevonden. Het gaat hier niet om de stand van uw voet, maar om de druk onder uw voorvoet. Vraag dus om een zool die drukverlagend is, niet om een zool die corrigeert.

Wie maakt zo’n zool?

Wij verwijzen bij voorkeur naar een orthopedisch schoenmaker. Die maakt de zool én kan uw schoen aanpassen. Die twee horen bij elkaar.

Een podotherapeut is ook een goede optie. Heeft u al een podotherapeut of podoloog die u bevalt? Dan blijft u daar gewoon.

Wilt u eerst zelf uitproberen of het principe werkt? Koop dan een losse metatarsaalpelotte bij de drogist. Plak hem net achter de pijnlijke plek. Voelt u verschil, dan weet u dat een zool op maat zin heeft.

Wanneer een zool nog kan werken

Twee dingen maken de kans groter of kleiner.

  • Hoe lang u de klachten al heeft. Hoe korter, hoe groter de kans dat een zool genoeg is.
  • Hoe dik de zenuw is. Bij een forse verdikking helpt een zool minder vaak.

Geen van beide is een harde grens. Ze zeggen iets over de kans, niet over uw voet alleen. Wel helpen ze bepalen of u er maanden op moet blijven wachten.

Ook nodig naast een behandeling

Krijgt u een injectie of een zenuwbehandeling? Dan blijft de zool belangrijk.

De behandeling haalt de pijn weg. De zool haalt de oorzaak van de druk weg. Laat u die weg, dan is de kans op terugkeer groter.

Bij Orthozorg: we meten op de echo hoe dik de zenuw is en hoe dik uw vetkussen nog is. Daarmee kunnen we u vertellen of een zool bij u nog een reële kans maakt, of dat u die maanden beter kunt overslaan.
Bronnen: Thomson L et al., Foot Ankle Surg 2020, systematisch overzicht: geen bewijs voor stand-corrigerende zolen bij het Mortons neuroom · Colò G et al., 2020: klachtenduur en de grootte van de verdikking voorspellen of conservatieve behandeling nog aanslaat

Helpen aangepaste schoenen bij een Mortons neuroom?

Een aangepaste schoen neemt het buigen van uw voorvoet over. Daardoor komt er bij elke stap minder druk op de zenuw.

Er wordt niet iets ín uw schoen gelegd, maar de schoen zelf aangepast.

De afwikkelbalk

De belangrijkste aanpassing bij voorvoetpijn heet een afwikkelbalk.

Onder de schoen komt een verhoging die rond is aan de onderkant, als de poot van een schommelstoel. Op het dikste punt kan de schoen niet meer buigen.

Daardoor rolt u over de schoen af in plaats van over uw voet. Uw teengewrichten hoeven bij het afzetten niet meer omhoog te buigen. En juist bij dat buigen drukken de botkopjes op de zenuw.

Waar het kantelpunt ligt, bepaalt alles

Een afwikkelbalk heeft een hoogste punt. Daar kantelt de schoen overheen.

Voor een Mortons neuroom moet dat punt achter de bal van uw voet liggen, dus richting uw hiel. Dan neemt de druk onder uw voorvoet af.

Ligt dat punt vóór de bal van uw voet, dan gebeurt het omgekeerde: de druk op uw voorvoet neemt juist toe. Zo’n schoen bestaat ook, en die is bedoeld voor mensen met een instabiele knie.

Het is hetzelfde principe als bij de zool. De pelotte ligt achter de botkopjes, en het kantelpunt van de schoen ook.

Vier varianten van een afwikkelzool in doorsnede: bij elke variant ligt het kantelpunt van de zool op een andere plek onder de schoen

Bij elke variant ligt het hoogste punt van de zool op een andere plek. Dat bepaalt of de druk onder uw voorvoet afneemt of juist toeneemt.

Wat er verder bij komt kijken

De zool wordt meestal tegelijk stijver gemaakt. Hoe stijver de zool, hoe dikker en ronder de balk eronder moet zijn.

Ook kan de schoen op de pijnlijke plek plaatselijk worden verwijd.

Wordt maar één schoen aangepast, dan wordt de andere meestal opgehoogd. Anders staat u scheef.

Dit gaat om een aanpassing aan een gewone schoen die u al heeft, dus niet om een orthopedische schoen. De orthopedisch schoenmaker maakt hem. U heeft er een verwijzing voor nodig. Vraag vooraf bij uw zorgverzekeraar na wat u vergoed krijgt.

Of koop een schoen die al rolt

U kunt ook een schoen kopen die deze vorm al heeft. Die worden afrolschoenen genoemd.

Ze zijn er in alle soorten: nette schoenen, wandelschoenen, hardloopschoenen en zelfs pantoffels. Een gespecialiseerde schoenenwinkel kan u ze aanwijzen.

Afrolschoen met afwikkelbalk: de ronde, stijve zool laat de voet afrollen zonder dat de teengewrichten buigen, waardoor de druk op de voorvoet afneemt

Waar u op let bij het passen:

  • Pak de schoen vast en probeer hem dubbel te vouwen. Buigt hij makkelijk door onder de bal? Dan doet de ronding zijn werk niet.
  • Zet de schoen op tafel en kantel hem naar voren. Het punt waarop hij kantelt, moet achter de bal van uw voet liggen.
  • Een brede zool staat stabieler dan een smalle.
  • Veters houden uw hiel beter op zijn plek dan een instapper.
  • Een uitneembaar voetbed, zodat er een zool in kan.

Loop er in de winkel eerst een stuk mee. Een afrolschoen voelt in het begin wankel en is zwaarder dan een gewone schoen.

Wanneer een afrolschoen niet verstandig is

Deze schoenen staan minder stabiel bij zijwaartse bewegingen. Voor tennis, voetbal en andere sporten waarbij u snel opzij moet zijn ze ongeschikt.

Heeft u zwakke of instabiele enkels? Bespreek ze dan eerst met ons.

Wat u ervan mag verwachten

De zenuw wordt er niet dunner van. U verandert alleen de manier waarop uw voet belast wordt.

Voor wie een operatie wil uitstellen of vermijden is dit vaak de laatste stap zonder naald of mes die echt iets uitmaakt.

Bij Orthozorg: we bekijken bij uw onderzoek ook uw schoenen en de manier waarop u afwikkelt. Is dat het probleem, dan verwijzen we gericht naar een orthopedisch schoenmaker in de buurt van uw locatie.
Bronnen: er is geen studie die afrolschoenen bij het Mortons neuroom onderzocht heeft. Wel is met drukmetingen aangetoond dat een afwikkelbalk met het kantelpunt achter de bal van de voet de druk onder de voorvoet verlaagt, terwijl een kantelpunt vóór de bal die druk juist verhoogt · Van Putten MA, Ruys IHJ. Schoenen. In: Voeten en reuma. Bohn Stafleu van Loghum, 2008 · Illustratie en klinische lijn: Bella van Dalen, voet- en enkelchirurg bij Orthozorg

Wanneer moet u naar de huisarts of de orthopeed?

Bij voorvoetpijn begint het traject meestal bij de huisarts. Helpt dat onvoldoende, dan komt de orthopeed in beeld.

Wanneer naar de huisarts?

  • De pijn hindert u in uw dagelijks leven
  • U past uw schoenen, uw werk of uw sport aan om de pijn te ontlopen
  • Paracetamol helpt onvoldoende
  • De klachten houden langer dan zes weken aan

De huisarts kan pijnstillers voorschrijven, u adviseren over schoenen en een zool, en u doorverwijzen.

Wanneer naar de orthopeed?

  • Schoenadvies, een zool en pijnstillers helpen onvoldoende
  • Een injectie bij de huisarts hielp niet, of werkte te kort
  • Er is twijfel over de diagnose: is het een neuroom, een slijmbeurs, een ontstoken gewrichtskapsel of een haarscheurtje?
  • U wilt weten wat er nog mogelijk is voordat u over een operatie nadenkt

U heeft een verwijzing van uw huisarts nodig.

Mag de huisarts de injectie ook geven?

Ja. En anders dan bij een schouder is de plek goed te bereiken. De ruimte tussen de botkopjes ligt vlak onder de huid.

Toch is er verschil, en dat zit in de eerste maanden. Onderzoek laat zien dat een injectie met de echo tot ongeveer drie maanden minder pijn geeft. Op de langere termijn is dat verschil niet aangetoond.

Het verschil zit vooral in de zekerheid van de diagnose en de accuraatheid van de injectie. Met de echo zien we precies waar de naald uitkomt. Dus in welke ruimte tussen welke botjes, naast de zenuw en niet in het vetkussen eronder.

Dat laatste is belangrijker dan het klinkt.

Waarom we voorzichtig zijn met cortisone

Cortisone is voor uw voorvoet geen onschuldig middel.

Onder de kopjes van uw middenvoetsbeentjes ligt een vetkussen. Dat is uw stootkussen bij elke stap. Cortisone kan dat vetkussen dunner maken. Ook kan de huid op die plek dunner of lichter van kleur worden.

Dat gebeurt niet vaak, bij ongeveer twee tot vier op de honderd injecties. Maar het herstelt niet. En een dun vetkussen geeft pijn die veel lijkt op een neuroom. U ruilt dan de ene klacht in voor de andere.

Daarom houden wij ons aan drie regels:

  • We beoordelen eerst op de echo hoe dik uw vetkussen nog is
  • We geven de injectie in de ruimte tússen de botkopjes, niet eronder
  • We herhalen niet onbeperkt

Is uw vetkussen al dun? Dan zoeken we een andere weg.

Bij Orthozorg: u wordt binnen één week gezien door een orthopeed én een echografist. We stellen de diagnose tijdens dat consult en kunnen u vaak meteen echogeleid behandelen.
Bronnen: Mahadevan D et al., Bone Joint J 2016, dubbelblinde gerandomiseerde studie, 45 voeten: geen verschil tussen wel en niet echogeleid · Lorenzon P, Rettore Bonaldi C, Eur Radiol 2018, gerandomiseerde studie, 56 patiënten: echogeleid gaf minder pijn en minder huidbijwerkingen · Cochrane-review 2024, gepoolde bijwerkingen uit twee gerandomiseerde studies met 157 deelnemers: lichte huidatrofie 3,9%, verkleuring van de huid 3,9%, dunner worden van het vetkussen 2,6%

Mortons neuroom injectie

De meest uitgevoerde behandeling bij een Mortons neuroom is een injectie. Bij ongeveer de helft van de patiënten is de pijn daarna langere tijd weg.

De naald gaat niet ín de zenuw, maar in de ruimte eromheen. Daar zit het littekenweefsel rond de zenuw, en vaak ook een ontstoken slijmbeurs. Met één injectie behandelen we ze allebei.

Echogeleide injectie bij een Mortons neuroom: de naald wordt op het scherm gevolgd tot naast de zenuw tussen de middenvoetsbeentjes

We gebruiken cortisone. Dat lijkt op een hormoon dat uw eigen lichaam aanmaakt, en het remt de prikkeling rond de zenuw.

Wij prikken altijd met de echo erbij. Zo zien we precies waar de naald uitkomt: in de juiste ruimte, en niet in het vetkussen onder uw voorvoet.

De injectie kan bij Orthozorg meestal al tijdens het eerste consult. U hoeft er dus niet voor terug te komen.

Hoe verloopt de injectie?

De injectie duurt een paar minuten. U ligt of zit, en wij prikken van bovenaf, tussen uw tenen door.

Stap voor stap

Eerst zoeken we met de echo de juiste ruimte op. Dus tussen welke twee botkopjes uw klacht zit.

Dan maken we de huid schoon. De echokop zetten we daar waar we de zenuw het beste zien: op de voetzool of op de wreef, de bovenkant van uw voet. Zo volgen we de naald live op het scherm.

De naald zelf gaat altijd van de bovenkant naar binnen, tot naast de zenuw. Daar geven we het medicijn. Op het scherm zien we het zich verspreiden door de ruimte.

Echogeleide cortisone-injectie in de ruimte tussen de middenvoetsbeentjes bij een Mortons neuroom

Het hele prikken duurt twee tot vijf minuten.

Wat krijgt u ingespoten?

Twee middelen tegelijk. Een verdoving, die meteen werkt. En triamcinolon, een ontstekingsremmer, die er een paar dagen over doet.

Doet het pijn?

U voelt de naald door de huid gaan. Daarna geeft het medicijn een paar seconden een branderig gevoel.

We prikken van bovenaf en niet door uw voetzool. Dat scheelt aanzienlijk, want de huid van de zool is veel gevoeliger.

En daarna?

De verdoving werkt direct. Uw pijn is dan meestal meteen weg.

Uw tenen kunnen een paar uur doof aanvoelen. Houd daar rekening mee als u zelf rijdt.

Als de verdoving is uitgewerkt, kan uw voet een tot drie dagen gevoelig zijn. Dat hoort erbij. Daarna komt het effect van de ontstekingsremmer op gang.

U kunt gewoon naar huis en u hoeft niets te regelen voor achteraf.

Bij Orthozorg: de echografist geeft de injectie in dezelfde ruimte waar de orthopeed u net heeft onderzocht. Meestal tijdens hetzelfde bezoek, dus zonder nieuwe afspraak.

Hoe vaak helpt het, en hoe lang?

Ongeveer de helft van de mensen heeft baat bij een injectie. Het effect houdt meestal enkele weken tot zes maanden aan.

Een deel van die mensen is blijvend van de pijn af. Bij anderen komt de klacht na verloop van tijd terug.

Wat “helpen” betekent

De pijn verdwijnt of wordt veel minder. De zenuw blijft verdikt.

Dat klinkt tegenstrijdig, maar zo werkt het. De verdikking op zich is niet het probleem. De prikkeling is dat wel.

Wat we niet zeker weten

In de injectie zitten twee middelen: een verdoving en een ontstekingsremmer. Uit onderzoek is niet goed op te maken hoeveel van het effect nu echt van die ontstekingsremmer komt.

Voor u maakt dat weinig uit: het gaat om de pijn die wegzakt. Maar we zeggen liever niet meer dan we weten.

Bij wie werkt het minder goed?

  • De zenuw is fors verdikt
  • U heeft de klachten al lang
  • Jongere mensen hebben er minder vaak baat bij
  • De druk op uw voorvoet blijft bestaan, bijvoorbeeld door dezelfde schoenen en geen zool
  • U blijft uw voorvoet even zwaar belasten

Aan de laatste twee kunt u zelf iets doen. En dat zijn meteen de belangrijkste redenen dat een injectie minder goed werkt.

En als het effect uitdooft?

Dan is dat geen mislukking. U weet dan twee dingen meer dan ervoor.

De pijn kwam waarschijnlijk echt uit de gezwollen zenuw, anders had de injectie niet geholpen. En het probleem is hardnekkiger dan een prikkeling die met een ontstekingsremmer weggaat.

Wat is de volgende stap?

Dat kan een operatie zijn, waarbij de chirurg de zenuw vrijlegt of weghaalt. Of een behandeling van de zenuw zelf, met kou of met warmte. Die laatste bieden wij vanaf begin 2027 aan.

Meer daarover leest u bij zenuwbehandeling: het alternatief voor een operatie en bij Mortons neuroom operatie.

Bij Orthozorg: ongeveer acht weken na de injectie belt u ons op om te vertellen hoe het gaat. Dat is meestal het moment waarop duidelijk wordt of het effect blijft. Speelt er eerder iets, dan belt u ons gewoon.
Bronnen: Huisarts & Wetenschap 2025, rubriek Kleine kwaal: de helft van de patiënten heeft baat bij corticosteroïdinjecties · Matthews et al., Cochrane Database of Systematic Reviews 2024: onzekerheid over het extra effect van het corticosteroïd bovenop de injectie zelf · EFORT Open Reviews 2019: ongeveer de helft van de patiënten heeft binnen twee jaar na een injectie alsnog een operatie nodig; jonge leeftijd en de grootte van het neuroom zijn voorspellers

Waarom prikken wij altijd met de echo?

Met de echo zien we de naald op het scherm. We weten dus precies waar we het medicijn injecteren.

Bij een voorvoet is dat om drie redenen belangrijk.

1. In de juiste ruimte

De ruimtes tussen de botkopjes liggen ongeveer een centimeter uit elkaar. Zonder echo wordt geprikt op de plek waar het pijn doet. Maar pijn straalt uit.

Daarbij is de ruimte tussen uw tweede en derde teen de lastigste. De toegang is daar erg smal, en de zwelling wordt er vaak gemist.

2. Niet in het vetkussen

Onder de kopjes van uw middenvoetsbeentjes ligt een vetkussen. Dat is uw stootkussen bij elke stap.

Cortisone kan dat vetkussen dunner maken. En een dun vetkussen geeft pijn die veel op een neuroom lijkt. Wij prikken daarom in de ruimte tússen de botkopjes en nooit eronder.

3. We zien het middel zich verspreiden

Op het scherm zien we de vloeistof door de zwelling lopen. Blijft die op één plek hangen, dan corrigeren we meteen.

Ook kunnen we hierdoor van bovenaf prikken in plaats van door uw voetzool. Dat scheelt u pijn.

Wat zegt het onderzoek?

Twee onderzoeken vergeleken prikken met en zonder echo bij een Mortons neuroom.

Het ene vond geen verschil in resultaat. Het andere vond dat mensen met echo minder pijn hadden na anderhalve maand, twee maanden en drie maanden, en minder last van huidbijwerkingen.

De eerlijke samenvatting: waarschijnlijk beter, niet bewezen beter. De zekerheid over wáár de naald zit, is er hoe dan ook.

Bij Orthozorg: wij prikken uitsluitend echogeleid, door een echografist die alleen spieren, pezen, zenuwen en gewrichten in beeld brengt.
Bronnen: Mahadevan D et al., Bone Joint J 2016, dubbelblinde gerandomiseerde studie, 45 voeten: geen verschil tussen wel en niet echogeleid · Lorenzon P, Rettore Bonaldi C, Eur Radiol 2018, gerandomiseerde studie, 56 patiënten: echogeleid gaf minder pijn op 45 dagen, 2 en 3 maanden en minder huidbijwerkingen

Hoe vaak mag een injectie herhaald worden?

Bij Orthozorg geven we één injectie in dezelfde ruimte, soms twee. Daarna stoppen we ermee en gaan we naar de volgende stap.

Dat is strenger dan wat elders gebruikelijk is. Daar is een reden voor.

Het vetkussen

Onder de kopjes van uw middenvoetsbeentjes ligt een laagje vet. Dat vangt bij elke stap de klap op.

Cortisone kan dat laagje dunner maken. Bij ongeveer drie op de honderd injecties gebeurt dat. Ook kan de huid op die plek dunner of lichter van kleur worden, bij ongeveer vier op de honderd.

Het klinkt weinig. Maar het herstelt niet, en het risico stapelt op bij elke volgende injectie.

Een dun vetkussen geeft bovendien pijn die veel op een neuroom lijkt. U zou dan de ene voetklacht inruilen voor de andere.

Bij een gewricht ligt het anders

Voor een schouder of een knie geldt bij ons: maximaal drie injecties per jaar op dezelfde plek, met minstens drie maanden ertussen.

In de voorvoet houden we het korter. Daar zit geen gewricht dat de klap opvangt, maar een dun laagje vet dat u niet terugkrijgt.

En een proefverdoving?

Die telt niet mee. Bij een proefverdoving geven we alleen een verdovingsmiddel en geen cortisone. Dat middel heeft deze bijwerkingen niet.

Wat als twee injecties niet genoeg zijn?

Dan blijven we niet prikken. Dan kijken we naar een zenuwbehandeling of naar een operatie. Een zenuwbehandeling bieden wij vanaf begin 2027 aan.

Bij Orthozorg: we meten uw vetkussen op de echo voordat we prikken. Is het al dun, dan krijgt u geen cortisone en zoeken we een andere weg.
Bron: Cochrane-review 2024 over de behandeling van het Mortons neuroom. Gerapporteerde bijwerkingen van corticosteroïd: lichte huidatrofie 3,9%, verkleuring van de huid 3,9%, dunner worden van het vetkussen 2,6%.

Wat mag u de eerste weken?

De eerste twee weken houdt u het rustig. Juist omdat uw voet dan goed voelt.

Dat is de valkuil van deze behandeling. De verdoving werkt meteen, dus u loopt de deur uit zonder pijn. Veel mensen gaan dan weer volop lopen of wandelen.

De prikkeling in de zenuw is op dat moment nog niet weg. Alleen het pijnsignaal is uitgeschakeld.

De eerste twee weken

  • Gewoon lopen mag, en bewegen is goed
  • Geen lange wandelingen, geen hardlopen, niet de hele dag staan
  • Draag vanaf dag één uw goede schoenen en uw zool
  • Loop geen nieuwe schoenen in

Napijn

Als de verdoving is uitgewerkt, kan uw voet één tot drie dagen gevoelig zijn. Dat hoort erbij.

Koelen mag, een kwartier per keer. Paracetamol kan ook, maximaal 3000 milligram per dag. Gebruikt u andere medicijnen, overleg dan even met uw apotheker.

De pleister mag er na een dag af. Douchen kan gewoon. Ga de eerste dag niet in bad of in het zwembad.

Daarna weer opbouwen

Vanaf twee tot drie weken bouwt u uw sport weer op. Rustig aan, en niet in één keer terug op uw oude niveau.

Blijft de pijn weg, dan houdt u de schoenen en de zool aan. Zonder die twee komt de druk terug, en daarmee vaak ook de klacht.

Wanneer belt u ons?

  • De voet wordt roder, warmer of dikker in plaats van beter
  • U krijgt koorts
  • De pijn is na een week erger dan voor de injectie
Bij Orthozorg: na ongeveer acht weken belt u ons om te vertellen hoe het gaat. Gaat het eerder mis, bel dan meteen.

Zenuwbehandeling: het alternatief voor een operatie

Helpt een injectie niet meer? Dan hoeft een operatie niet meteen de volgende stap te zijn.

We kunnen de zenuw ook zelf behandelen, met een pijnbehandeling. Daarbij hoeven we niet te snijden en te hechten.

Bij zo’n pijnbehandeling schakelen we de zenuw uit. Dat kan met warmte, de radiofrequente behandeling. Of met kou, de cryobehandeling.

Zenuwbehandeling bij een Mortons neuroom: met de echo wordt een dunne naald tot naast de zenuw gebracht om die met warmte of kou uit te schakelen

Echogeleid brengen we een dunne naald tot naast de zenuw. Die naald verwarmt of bevriest het uiteinde. De zenuw geeft daarna langere tijd minder pijn door.

De zenuw zelf blijft zitten en er wordt niets weggehaald. Het effect houdt niet altijd aan. Komt de pijn later terug, dan kunnen we de behandeling herhalen. Een operatie blijft daarna ook mogelijk.

Deze twee behandelingen bieden wij vanaf begin 2027 aan, op onze locatie in Hoorn.

Hoe gaat een zenuwbehandeling?

U komt en gaat op dezelfde dag. Er wordt niet gesneden en er komen geen hechtingen aan te pas.

Waar en door wie?

Vanaf begin 2027 doen we deze behandeling in onze pijnbehandelkamer in Hoorn. Voorlopig alleen daar, want daar staat de apparatuur.

De behandeling wordt gedaan door een pijnspecialist en niet door een orthopeed. Dat is bewust. Een pijnspecialist behandelt dagelijks zenuwen, ook elders in het lichaam.

Wordt u op een andere locatie onderzocht, dan komt u hiervoor naar Hoorn. Het onderzoek en de controle blijven gewoon bij u in de buurt.

Eerst goed verdoven

We verdoven de voorvoet rond de zenuw. Dat is hier belangrijker dan bij een injectie. De behandeling zelf duurt namelijk langer.

Pas als de verdoving goed werkt, gaan we verder.

De naald op de juiste plek

Echogeleid brengen we een dunne naald tot vlak naast de zenuw. Op het scherm zien we precies waar het uiteinde ligt.

Daarna controleren we het nog een keer, met een klein stroomstootje door de naald. Merkt u dat op de plek van uw eigen klachten, dan zitten we goed. Pas dan beginnen we.

Die plaatsing is het hele werk. Ligt de naald goed, dan doet de rest zichzelf.

De behandeling met warmte

Het uiteinde van de naald wordt kort verwarmd. Dat herhalen we drie keer.

Drie keer is geen willekeur. Uit onderzoek blijkt dat drie rondes beter werken dan twee.

De behandeling met kou

Bij de kou gebruiken we een naald die juist bevriest. Rond het uiteinde ontstaat een klein ijsballetje.

Dat balletje zien we op de echo groeien. Zo weten we precies hoeveel weefsel we behandelen. De vriesronde duurt ongeveer twee minuten.

Wat voelt u ervan?

Druk, en dat de echokop op uw voet staat. Pijn hoort u niet te voelen. Voelt u toch iets scherps, meld het dan meteen. Dan verdoven we bij.

En daarna?

U loopt zelf de deur uit. Er komt een pleister op en meer niet.

De eerste dagen is uw voorvoet gevoelig en soms wat dik. Dat zakt weg. Bouw het lopen in een week of twee weer op.

Het effect beoordelen we niet meteen. De zenuw heeft tijd nodig. We bellen u daarom na een aantal weken.

Wat kan er misgaan?

Ernstige complicaties zijn bij deze behandeling niet beschreven. Kleine ongemakken wel.

Uw tenen kunnen een tijd doof of tintelend aanvoelen. Dat trekt meestal weg.

In de grootste reeks tot nu toe, met 54 mensen, kregen twee van hen een huidbeschadiging die op wintertenen lijkt. Dat komt doordat de kou te dicht bij de huid komt. Bij één persoon ontstond een haarscheurtje in een middenvoetsbeentje.

Het belangrijkste dat kan tegenvallen is geen complicatie. Het effect kan uitblijven, of na verloop van tijd weer wegzakken.

Bij Orthozorg: deze behandeling gebeurt poliklinisch in Hoorn. Dus zonder opname en zonder narcose. U hoeft er geen dag vrij voor te nemen.

Bronnen: Brooks D et al., Foot Ankle Spec 2018: drie behandelrondes met warmte geven een sterkere pijndaling dan twee, pijnscore 8,0 naar 1,5 tegenover 7,9 naar 3,4 · Moulin B et al., Cardiovasc Intervent Radiol 2024, 54 patiënten met 59 neuromen: technisch succes 98,1%, geen ernstige complicaties, wel twee huidlaesies van het winterteen-type en één insufficiëntiefractuur

Hoe vaak helpt een zenuwbehandeling, en hoe lang?

Ongeveer de helft tot zes op de tien mensen is na een zenuwbehandeling helemaal pijnvrij.

Bij een deel van de anderen zakt de pijn duidelijk. En bij ongeveer een op de tien helpt de behandeling niet.

De cijfers bij een behandeling met warmte

Van deze behandeling weten we het meest. Na een jaar of langer is ongeveer de helft van de mensen helemaal van de pijn af. Ongeveer een op de zes merkt geen enkel verschil. Complicaties zijn zeldzaam.

De cijfers bij een behandeling met kou

Hier loopt het onderzoek tot een half jaar. Zes op de tien mensen waren toen volledig pijnvrij en bijna drie op de tien hadden duidelijk minder pijn. Ruim een op de tien had geen effect, of meer pijn dan ervoor.

Waarom wij deze twee niet naast elkaar leggen

De kou lijkt op het eerste gezicht iets beter te scoren. Toch zegt dat weinig. De groepen zijn kleiner en korter gevolgd, en niemand heeft de twee ooit rechtstreeks met elkaar vergeleken.

Ook met een operatie is geen van beide eerlijk vergeleken. Wij kunnen u dus geen percentage geven voor die vergelijking, en u moet het ook niet van ons aannemen als iemand dat wel doet.

Reken op de kans van een tweede behandeling

Een zenuwbehandeling is niet altijd eenmalig. Het zenuwletsel herstelt namelijk vanzelf. De zenuw groeit weer aan met ongeveer een tot twee millimeter per dag, en daardoor kan de pijn na verloop van tijd terugkomen.

Hoe vaak dat gebeurt, is niet goed onderzocht. Wel is zeker dat een tweede behandeling gewoon kan. Dat is meteen het grote voordeel ten opzichte van een operatie: u kunt het herhalen en u houdt alle deuren open.

ij een dikkere zenuw keert de pijn vaker terug. Boven ongeveer vijf millimeter is de kans op een blijvend resultaat kleiner. Wij kiezen dan eerder voor de behandeling met kou, omdat we daarmee een groter gebied kunnen bereiken.

En als het niet werkt?

Dan heeft u niets verspeeld. Er is niets doorgesneden en er is geen litteken achtergebleven. Een operatie is daarna nog steeds mogelijk en die is er niet moeilijker door geworden.

Bij Orthozorg: we meten vooraf op de echo hoe dik de zenuw is. Daarmee kunnen we u van tevoren vertellen hoe groot uw kans op succes is, in plaats van achteraf.

Bronnen: Llombart-Blanco R et al., Am J Phys Med Rehabil 2025, systematische review en meta-analyse van 8 onderzoeken met 237 patiënten: 47,6% volledige pijnverlichting bij een follow-up van 12 maanden of langer, 16,4% geen enkel voordeel, complicaties 2,1% · Moulin B et al., Cardiovasc Intervent Radiol 2024, 54 patiënten met 59 neuromen: 60,4% volledige en 28,3% gedeeltelijke pijnverlichting na 6 maanden, 11,3% geen effect of meer pijn · NICE-evidenceoverzicht, 5 patiëntenreeksen met samen circa 97 patiënten: gerandomiseerd onderzoek ontbreekt · Mazzetti R et al., ESSR 2016: duurzamer effect bij neuromen kleiner dan 5 mm

Zenuwbehandeling of toch een operatie?

Een zenuwbehandeling zit tussen een injectie en een operatie in.

Wij beginnen er niet mee. De eerste stap is bijna altijd een injectie. Helpt die niet genoeg, of is het effect uitgewerkt, dan is dit wat ons betreft de volgende stap. Een operatie komt pas daarna in beeld.

Deze behandeling wordt in Nederland nog weinig aangeboden. Dat vinden wij jammer, want het is precies de tussenstap die veel mensen missen.

Welke werkt beter?

Dat weten we niet. Er bestaat geen onderzoek dat een zenuwbehandeling rechtstreeks met een operatie vergelijkt bij het Mortons neuroom. Iedereen die u voor die vergelijking een percentage geeft, rekent met cijfers uit twee losse onderzoeken.

Wat we van allebei wel weten: ruwweg de helft van de mensen wordt pijnvrij. Het verschil zit dus niet zozeer in de kans van slagen, maar in wat u kwijtraakt als het tegenvalt.

Werkt een zenuwbehandeling beter dan een injectie met corticosteroïden?

Ook die twee zijn nooit met elkaar vergeleken. Wel doen ze iets anders, en dat verklaart waarom de een kan werken als de ander is uitgewerkt.

Een injectie met corticosteroïden remt de irritatie rondom de zenuw. De zenuw zelf verandert daar niet van. Een zenuwbehandeling richt zich juist op die zenuw, zodat hij minder pijn doorgeeft.

Van de injectie weten we dat het effect vaak tijdelijk is. Na bijna vijf jaar had ongeveer een op de drie mensen nog steeds baat bij die ene prik. Ruim vier op de tien waren in die jaren alsnog geopereerd.

Wij spuiten daarom niet eindeloos door. Herhaald prikken kan het vetkussen onder uw voorvoet dunner maken en de huid lichter kleuren.

Eén ding hoort u hierbij te weten. Een zenuwbehandeling geven we vrijwel alleen aan mensen bij wie de injectie al niet genoeg hielp. Dat zijn dus de lastigere voeten, en een eerlijke vergelijking is daardoor sowieso niet zomaar te maken.

Wat een operatie blijvend verandert

Bij een operatie wordt de zenuw weggehaald. Twee tenen blijven daarna aan de naar elkaar toegekeerde zijkanten doof. Dat gaat niet meer over.

Ook kan het afgesneden uiteinde opnieuw pijnlijk worden. Dat heet een stompneuroom en het is de lastigste complicatie die er bij deze aandoening bestaat.

De voordelen van een zenuwbehandeling

  • Geen snee, geen hechtingen, geen litteken onder uw voet
  • U loopt dezelfde dag weer
  • De zenuw blijft zitten en groeit weer aan
  • De behandeling kan herhaald worden
  • Een operatie is daarna nog steeds mogelijk en niet moeilijker geworden

Uw tenen kunnen na een zenuwbehandeling ook wat doof aanvoelen. Dat is meestal tijdelijk. De kans op een pijnlijke zenuwstomp is klein, want er wordt niets doorgesneden.

Daar staat één nadeel tegenover. Het effect houdt niet altijd aan, en soms is een tweede behandeling nodig.

Wat levert een operatie op?

Ongeveer de helft van de mensen is daarna pijnvrij. Ongeveer drie op de tien houden restpijn, maar zijn beter af dan ervoor. En ongeveer een op de tien is slechter af dan voor de operatie.

Dat laatste getal hoort u zelden. Toch is het de belangrijkste reden om eerst iets te proberen dat u geen mogelijkheden kost.

Wanneer we wel naar een operatie toewerken

  • De zenuwbehandeling heeft twee keer onvoldoende geholpen
  • Uw zenuw is zo fors verdikt dat wij van een zenuwbehandeling te weinig verwachten
  • Er speelt daarnaast iets anders in uw voorvoet dat toch geopereerd moet worden
  • U wilt bewust één ingreep en geen traject

Die laatste is een legitieme keuze. Sommige mensen hebben het liever in één keer achter de rug, en dat bespreken we gewoon met u.

Bij Orthozorg: is een operatie voor u de beste keuze, dan verwijzen we u gericht naar een voet- en enkelchirurg. We houden u niet in een traject dat voor u niets meer oplevert.

Bronnen: er bestaat geen onderzoek dat een zenuwbehandeling bij het Mortons neuroom rechtstreeks vergelijkt met een operatie of met een corticosteroïdinjectie · Hau MYT et al., Foot Ankle Int 2021, 36 patiënten met 45 neuromen, gemiddeld 4,8 jaar gevolgd: bij 36% werkte de oorspronkelijke injectie nog, 64% had verdere behandeling nodig en 44% werd alsnog geopereerd · EFORT Open Reviews 2019: na verwijdering van de zenuw is ongeveer de helft pijnvrij, houdt circa 30% restpijn met verbetering, en is ongeveer 1 op de 10 slechter af dan voor de operatie · Llombart-Blanco R et al., Am J Phys Med Rehabil 2025: 47,6% volledige pijnverlichting na een behandeling met warmte bij 12 maanden of langer · Moulin B et al., Cardiovasc Intervent Radiol 2024: 60,4% volledige pijnverlichting na een behandeling met kou bij 6 maanden

Voor wie is een zenuwbehandeling geschikt?

Voor mensen bij wie zeker is dat de pijn uit de zenuw komt, en bij wie een injectie niet genoeg was.

Eerst zekerheid over de bron

Dit is de stap waarop het echt moet kloppen. Bij een injectie behandelen we de hele ruimte tussen de botkopjes. Bij een zenuwbehandeling richten we ons op de zenuw zelf.

Dan moet dus vaststaan dat die zenuw uw pijn veroorzaakt en niet iets anders in dezelfde hoek.

Twijfelen we, dan geven we eerst een proefverdoving. Verdwijnt uw pijn daarvan, dan weten we het zeker.

Wanneer u in aanmerking komt

  • De diagnose is bevestigd met de echo en zo nodig een proefverdoving
  • Schoenen, een zool en een injectie hebben onvoldoende geholpen, of het effect is uitgedoofd
  • U wilt liever geen operatie, of nog niet

Wanneer het geen goed idee is

  • Uw pijn komt niet uit de zenuw maar uit een teengewricht, een slijmbeurs of een dun vetkussen
  • Er is een ontsteking of een wondje op de plek waar we moeten prikken
  • U heeft een gevoelsstoornis in uw voeten door een andere aandoening. Dan bespreken we eerst wat u van een zenuwbehandeling mag verwachten

Draagt u een pacemaker of ICD?

Meld dat vooraf. De behandeling met warmte werkt met stroom en vraagt dan om extra afstemming. Soms kan het gewoon, soms overleggen we eerst met uw cardioloog.

Bij de behandeling met kou speelt dat veel minder. Ook daar gebruiken we een klein stroomstootje om de zenuw op te zoeken, dus meld het altijd.

En als beide voeten meedoen?

Dan behandelen we ze na elkaar en niet tegelijk. U blijft dan altijd op één voet goed lopen.

Bij Orthozorg: we behandelen geen echobeeld maar een klacht. Past uw pijn niet bij de zenuw, dan doen we deze behandeling niet, ook niet als er een duidelijke verdikking te zien is.

Kou of warmte: hoe kiezen we?

Kou en warmte doen hetzelfde werk, maar niet op dezelfde manier.

De warmte is de vertrouwde van de twee. Die wordt al het langst gebruikt en is het best onderzocht. De kou is nieuwer en gaat voorzichtiger met de zenuw om. Hun resultaten liggen dicht bij elkaar, en daarom is de keuze vooral een kwestie van wat het beste bij u past.

Wij bieden ze vanaf begin 2027 allebei aan, op onze locatie in Hoorn.

Wat ze gemeen hebben

In beide gevallen gaat er echogeleid een dunne naald tot naast de zenuw. Er wordt niets doorgesneden en er blijft geen litteken achter. Ongeveer de helft tot zes op de tien mensen is daarna volledig pijnvrij.

Ook het principe is hetzelfde. Het uiteinde van de naald beschadigt de zenuwvezels, terwijl het omhulsel van de zenuw heel blijft. Daardoor kan de zenuw later weer aangroeien.

Wanneer we voor warmte kiezen

  • Uw zenuw is niet fors verdikt
  • U wilt de behandeling met de langste staat van dienst

Van deze behandeling weten we het meest. Er zijn onderzoeken die mensen een jaar of langer volgen. Het uiteinde van de naald wordt kort verhit, en dat herhalen we drie keer.

Wanneer we voor kou kiezen

  • U draagt een pacemaker of ICD
  • Uw zenuw is wat dikker, waardoor we een groter gebied willen behandelen

Hierbij bevriest het uiteinde van de naald tot ongeveer tachtig graden onder nul. Rond dat uiteinde ontstaat een klein ijsballetje, dat we op de echo zien groeien. Zo weten we precies hoeveel weefsel we behandelen.

Dat laatste is ook de reden dat we kou overwegen bij een dikkere zenuw. De warmte dringt maar een paar millimeter diep door, terwijl we het ijsballetje kunnen laten groeien tot het de zenuw omsluit. Onderzocht is dat verschil niet. Het is onze redenering, en die vertellen we u er eerlijk bij.

Juist bij bevriezen blijft het omhulsel van de zenuw goed intact. Daardoor is de kans op een pijnlijke zenuwstomp klein. Zo’n stomp ontstaat namelijk als een zenuw wordt doorgesneden, en dat gebeurt hier niet.

Opvallend is ook dit: op een MRI achteraf blijkt het neuroom na bevriezen vaak kleiner of zelfs verdwenen. Bij warmte is dat nooit zo onderzocht.

Waarom wij niet zeggen dat de een beter is

Omdat dat niet onderzocht is. Er bestaat geen enkele studie die kou en warmte bij een Mortons neuroom rechtstreeks met elkaar vergelijkt.

De cijfers van kou zien er op korte termijn iets beter uit. Die groepen zijn alleen kleiner en korter gevolgd. Dat is geen eerlijke vergelijking, en wij doen ook niet alsof dat wel zo is.

Bij Orthozorg: vanaf 2027 hebben we allebei in huis. Dan kiezen we wat bij u past, in plaats van wat we toevallig kunnen.

Bronnen: er bestaat geen vergelijkend onderzoek tussen een behandeling met warmte en een behandeling met kou bij het Mortons neuroom · Llombart-Blanco R et al., Am J Phys Med Rehabil 2025: 47,6% volledige pijnverlichting na een behandeling met warmte bij 12 maanden of langer · Brooks D et al., Foot Ankle Spec 2018: drie behandelrondes met warmte geven een sterkere pijndaling dan twee · Moulin B et al., Cardiovasc Intervent Radiol 2024, 54 patiënten met 59 neuromen: 60,4% volledige pijnverlichting na 6 maanden · Cryoablatieserie met MRI-controle, JFAS-AP 2023, 20 patiënten met 24 neuromen: neuroom verdwenen bij 10 van de 19 beoordeelde voeten, geen stompneuromen

Mortons neuroom operatie

Een operatie is bij ons de laatste stap. Bij de meeste patiënten komt het zover niet.

Opereren komt pas in beeld als schoenadvies, een zool, injecties en een zenuwbehandeling onvoldoende hebben geholpen.

Er zijn dan twee mogelijkheden:

  • De verdikte zenuw weghalen
  • Het bandje doorsnijden dat op de zenuw drukt, zodat de zenuw ruimte krijgt en blijft zitten

Ongeveer de helft van de mensen is daarna pijnvrij. Drie op de tien houden restpijn maar zijn beter af dan ervoor. Ongeveer een op de tien is slechter af.

Dat laatste getal hoort u zelden. Het is wel de reden dat we eerst alles proberen wat u geen mogelijkheden kost.

Wordt de zenuw weggehaald, dan worden delen van twee teenzijden doof. Dat gebied wordt in de loop van een jaar meestal kleiner, maar een doof plekje blijft.

De zenuwsparende operatie

Bij een zenuwsparende operatie blijft de zenuw tussen de middenvoetsbeentjes zitten. Alleen het strakke bandje erboven wordt doorgesneden.

Hoe werkt het

De zenuw loopt onder een stevig bandje door dat de kopjes van de middenvoetsbeentjes met elkaar verbindt. Bij elke stap wordt de zenuw tegen dat bandje gedrukt.

Zenuwsparende operatie bij een Mortons neuroom: via een kleine opening op de wreef wordt het bandje tussen de middenvoetsbeentjes doorgenomen

Wordt dat bandje doorgenomen, dan kan de zenuw naar boven uitwijken zodra u op uw voorvoet steunt. De druk verdwijnt en daarmee vaak ook de pijn en het klikkende gevoel.

De zwelling, het littekenweefsel, blijft zitten. De zenuw wordt dus niet weggehaald, alleen ontlast.

De operatie zelf

Er wordt een sneetje gemaakt op de bovenkant van uw voet, tussen de twee betrokken middenvoetsbeentjes. De opening is klein, een paar millimeter.

Daardoorheen wordt het bandje doorgenomen. Aan de zenuw zelf komen we niet.

Wat dit u oplevert

Uw tenen houden gevoel. Dat is het grote verschil met de operatie waarbij de zenuw wordt weggehaald: daarna worden delen van twee teenzijden doof, en een doof plekje blijft meestal.

En er kan geen pijnlijke zenuwstomp ontstaan. Die kan alleen ontstaan als een zenuw is doorgesneden.

Werkt het net zo goed als het weghalen van de zenuw?

Bijna. In het grootste overzicht tot nu toe, met bijna drieduizend patiënten, was 68 van de 100 mensen na een zenuwsparende operatie helemaal pijnvrij. Na het weghalen van de zenuw was dat 74 van de 100.

Maar op twee punten scoort de zenuwsparende operatie juist beter.

Mensen zijn er vaker helemaal tevreden over: 63 tegenover 57 van de 100. Waarschijnlijk omdat ze geen doof gevoel overhouden.

En er is minder vaak een tweede operatie nodig: 2 van de 100 tegenover 5 van de 100.

Wanneer deze operatie niet lukt

Alles draait om dat uitwijken van de zenuw.

Is de verdikking te groot, dan komt de zenuw niet omhoog. Hij blijft dan tussen de botkopjes liggen en de druk blijft bestaan.

Sommige mensen voelen de zenuw daarna nog zitten of klikken, en soms blijft dat pijn doen. Dan kan de zenuw alsnog worden weggehaald.

Verder zijn de risico’s klein: soms een bloeduitstorting, zelden een wondprobleem.

Voor wie is het geschikt?

  • De zenuw is nog niet te fors verdikt
  • Er zit geen grote ontstoken slijmbeurs naast
  • U bent nog niet eerder aan deze voet geopereerd
  • U wilt uw gevoel in de tenen behouden

Daarom meten we vooraf op de echo hoe dik de zenuw is. Dat is bij deze operatie geen formaliteit, maar de belangrijkste voorspeller.

Het herstel

De eerste twee dagen houdt u het rustig, met uw voet omhoog. Lopen doet u alleen als het moet. Er zit een drukverband om uw voet.

Daarna mag u weer lopen in een vlakke herstelschoen.

De eerste twee weken geen lange afstanden en niet lang staan of werken. Daarna bouwt u op, op geleide van de pijn.

Van bovenaf of via de voetzool?

Bij deze operatie wordt van bovenaf gewerkt, tussen de tenen door.

Let op: bij het wéghalen van de zenuw bestaan er twee scholen: van boven of via de voetzool. Welke route u krijgt, hangt af van de orthopeed die u opereert. Vraag het gerust, want die keuze bepaalt hoe snel u daarna weer op uw voorvoet mag staan.

Bij Orthozorg: we meten vooraf op de echo hoe dik de zenuw is en wat er verder in die ruimte zit. Daarmee weten we van tevoren of deze operatie bij u kans van slagen heeft, in plaats van achteraf.
Bronnen: meta-analyse van 35 studies met 2.998 patiënten naar injectie, zenuwsparende operatie en verwijdering van de zenuw, Acta Neurochirurgica 2020. Volledige pijnverlichting 43%, 68% en 74%. Volledige tevredenheid 35%, 63% en 57%. Opnieuw opereren nodig bij 15%, 2% en 5% · Systematisch overzicht van operaties anders dan neurectomie, Foot Ankle Surg 2021: minder klachten van zenuwaard na een zenuwsparende ingreep, maar weinig studies van goede kwaliteit · Klinische lijn en herstelschema: expertise Bella van Dalen, voet- en enkelchirurg bij Orthozorg

De zenuw weghalen (neurectomie)

Bij deze operatie wordt de verdikte zenuw weggehaald, samen met een klein stukje gezonde zenuw erboven.

Dat stukje extra is belangrijk. Het uiteinde van de doorgesneden zenuw komt daardoor buiten het gebied te liggen waarop u steunt bij het lopen.

Tijdens de operatie wordt de verdikte zenuw van een Mortons neuroom vrijgelegd en uit de wond getild om te worden verwijderd

Van onderaf of van bovenaf

De zenuw ligt aan de onderkant van uw voorvoet. Via de voetzool is hij beter te overzien. Daardoor wordt hij vaker volledig weggenomen.

Van bovenaf kan ook. Dan blijft er geen litteken op de zool achter. Wel wordt de zenuw dan vaker niet helemaal verwijderd.

Geen van beide routes is in alles beter. Welke u krijgt, hangt af van de orthopeed die u opereert. Daar bestaan twee scholen in, net als bij een nieuwe heup. Vraag het gerust, want de route bepaalt hoe snel u weer op uw voorvoet mag staan.

De ingreep zelf

Er wordt één sneetje gemaakt op de plek van het neuroom. De zenuw wordt opgezocht en ruim weggenomen.

De huid wordt gehecht met oplosbare hechtingen. Die hoeven er dus niet uit.

Wat het oplevert

Van alle behandelingen geeft deze de meeste kans op volledige pijnverlichting. De cijfers lopen wel uiteen. Afhankelijk van het onderzoek is ongeveer de helft tot bijna driekwart van de mensen helemaal pijnvrij.

Het duurt wel even. Reken op ongeveer acht weken voordat de oude pijn weg is. De voet blijft daarna nog maanden gevoelig.

Het doof gevoel

Dit is geen complicatie maar een gevolg. De zenuw die het gevoel verzorgt is weg. Daardoor worden delen van de zijkanten van twee tenen doof. Het gaat dus niet om twee volledig gevoelloze tenen.

Bij veel mensen wordt dat gebied in de loop van een jaar tot anderhalf jaar kleiner. Een doof plekje blijft meestal.

De meeste mensen wennen eraan en hebben er in het dagelijks leven weinig last van. Maar u moet het vooraf weten, want het is niet terug te draaien.

Wat er mis kan gaan

  • Een pijnlijke zenuwstomp, als er te weinig zenuw is weggenomen
  • Een gevoelig litteken of eelt op de voetzool
  • Langdurige zwelling, waardoor het voelt alsof u op een knikker loopt
  • Een wond die traag geneest of ontsteekt

Bij ongeveer 5 van de 100 mensen is een tweede operatie nodig.

Het herstel, stap voor stap

  • Dag 1 en 2: plat liggen met uw voet omhoog. Alleen naar het toilet lopen. Er zit een drukverband om.
  • Vanaf dag 3: lopen mag, in een vlakke herstelschoen.
  • Week 1: het drukverband gaat eraf. Daarna vaak nog een elastisch verband.
  • Week 1 en 2: zo min mogelijk lopen.
  • Week 3: gewone schoenen mogen weer, mits breed en vlak.
  • Week 3 tot 4: autorijden komt weer in beeld. Rijd pas als u veilig en krachtig kunt remmen.
  • Week 6: voorzichtig weer sporten. Begin met fietsen, zwemmen of fitness.
  • Maand 3 tot 6: de voet voelt nog gevoelig. Dat hoort erbij.

Wanneer u weer aan het werk kunt, hangt af van wat u doet. Staand of lopend werk duurt langer dan zittend werk.

En op de lange termijn?

Het resultaat kan na jaren iets teruglopen. De zenuw kan opnieuw uitgroeien, of er ontstaat een neuroom in een ruimte ernaast.

Daarom blijven goede schoenen en een zool ook na een operatie belangrijk. De oorzaak van de druk verdwijnt niet met de zenuw.

Die zool moet wel worden aangepast. Het uiteinde van de doorgesneden zenuw blijft namelijk gevoelig. In de zool hoort daarom een uitsparing op precies die plek, zodat daar geen druk op komt. Dit wordt vaak vergeten en het is een van de belangrijkste dingen na een operatie.

Bij Orthozorg: we bespreken vooraf het doof gevoel en wat u de eerste weken niet kunt. Liever een teleurstelling van tevoren dan achteraf.
Bronnen: Meta-analyse van 35 studies met 2.998 patiënten, Acta Neurochirurgica 2020: 74% volledige pijnverlichting, 57% volledige tevredenheid, 5% opnieuw opereren · EFORT Open Reviews 2019: ongeveer de helft pijnvrij, circa 30% verbeterd met restpijn, ongeveer 1 op de 10 slechter af · Lee et al., 2024 en Zhang et al., 2023, systematische reviews: geen algemeen superieure operatieroute · Klinische lijn en herstelschema: expertise Bella van Dalen, voet- en enkelchirurg bij Orthozorg

Welke verdoving krijgt u?

Een Morton-operatie kan onder plaatselijke verdoving, onder een ruggenprik of onder narcose. Wat het beste bij u past, bespreken we vooraf.

De drie mogelijkheden

  • Plaatselijke verdoving. Alleen uw voet wordt verdoofd. U bent gewoon wakker en merkt van de operatie zelf niets.
  • Een ruggenprik. U bent verdoofd vanaf uw middel. U bent wakker en kunt uw eigen muziek meenemen en opzetten.
  • Narcose. U slaapt tijdens de operatie.

De anesthesioloog geeft de verdoving en bespreekt vooraf met u welke keuze het beste past. Uw leeftijd, uw gezondheid en uw eigen voorkeur wegen daarin mee.

Wat merkt u tijdens de operatie?

Geen pijn. Wel kunt u voelen dat er aan uw voet wordt gewerkt, als trekken of duwen. Dat is normaal en betekent niet dat de verdoving onvoldoende werkt.

Voelt u toch iets scherps, zeg het dan meteen. Er kan altijd worden bijverdoofd.

Na afloop

U krijgt een zenuwblokkade rond de enkel. Daardoor blijft uw voet de eerste uren verdoofd en heeft u in die tijd geen pijn.

Uw voet wordt gekoeld met een speciale koelschoen.

Uitgewerkt is uitgewerkt. Als de verdoving wegtrekt, komt de pijn vaak in één keer opzetten. Daarom krijgt u pijnstillers mee.

Neem de pijnstillers op vaste tijden

Dit is het advies dat het vaakst wordt genegeerd, en het is het belangrijkste van allemaal.

Neem uw pijnstillers op vaste tijdstippen in, ook als u nog geen pijn heeft. Wacht u tot de pijn er is, dan loopt u er de eerste dagen achteraan.

Voorbereiding

Vóór de operatie krijgt u van ons te horen of u nuchter moet zijn en hoe lang.

Gebruikt u bloedverdunners, dan bespreken we vooraf of u die tijdelijk moet stoppen. Stop er nooit zelf mee.

Geef ook door welke andere medicijnen u gebruikt en of u ergens allergisch voor bent.

Bij Orthozorg: welke verdoving u krijgt, bespreken we ruim voor de operatiedag. U staat dus niet op de dag zelf voor een keuze.

Pijn na een Morton-operatie?

Twee tot drie op de tien mensen houden klachten na een Morton-operatie.

U bent dus niet de enige, en er is meestal een aanwijsbare reden voor.

Er zijn zes verklaringen mogelijk:

  • Het uiteinde van de doorgesneden zenuw is pijnlijk geworden
  • De zenuw is niet of niet helemaal weggehaald
  • Er liep een tweede zenuwtak in dezelfde ruimte
  • In de ruimte ernaast zat een tweede neuroom
  • Het litteken zelf is gevoelig gebleven
  • De pijn kwam nooit uit de zenuw

Welke het is, bepaalt wat we er nog aan kunnen doen. Daarom beginnen we opnieuw bij het onderzoek. Aanhoudende pijn betekent niet dat er bij de operatie iets fout is gegaan.

Herkent u dit? Dan bent u welkom op het spreekuur van Bella van Dalen, voet- en enkelchirurg bij Orthozorg.

Waardoor blijft de pijn na een operatie?

Elke oorzaak geeft een ander beeld op de echo. En elke oorzaak vraagt om een andere oplossing.

1. Een pijnlijk zenuwuiteinde

Bij een operatie wordt de zenuw doorgesneden. Het uiteinde dat achterblijft, kan opnieuw verdikken. Dat heet een stompneuroom.

Ligt dat uiteinde precies onder het deel van de voorvoet waarop u steunt, dan wordt het bij elke stap geprikkeld.

Hoe u het herkent. Een scherpe, elektrische pijn op één klein punt. Vaak erger dan de pijn van vóór de operatie.

Wat wij doen. Op de echo is de verdikte stomp te zien. Een proefverdoving op precies die plek bevestigt het: verdwijnt uw pijn, dan weten we het zeker.

2. De zenuw is niet helemaal weggehaald

Dit is de meest voorkomende reden, en de minst besproken.

In het belangrijkste onderzoek hiernaar werden 39 opnieuw geopereerde voeten bekeken. Bij 26 daarvan zat het oorspronkelijke neuroom er nog. Er was dus te weinig weggenomen.

Dit komt vaker voor na een operatie van bovenaf, want de zenuw ligt aan de onderkant van uw voet en is van boven lastiger te bereiken.

Hoe u het herkent. Uw pijn is niet veranderd. Precies dezelfde plek en hetzelfde gevoel als voor de operatie.

Wat wij doen. Het neuroom zit er dan gewoon nog, en dat is op de echo goed te zien.

3. Er liep een tweede zenuwtak

De zenuwen in de voorvoet lopen niet bij iedereen hetzelfde. In onderzoek naar ruim veertig van die ruimtes werd bij vier op de tien een afwijkend patroon gevonden: een extra tak, een ander verloop, of een neuroom op een zijtak.

Is er één tak weggehaald terwijl het probleem in de andere zat, dan blijft de pijn.

Hoe u het herkent. De pijn is iets verschoven, maar zit nog in dezelfde hoek van uw voet.

Wat wij doen. We zoeken de tweede baan op met de echo en bevestigen die met een proefverdoving.

4. Het neuroom ernaast was de pijnlijke

In één voet kan meer dan één neuroom zitten. Is dan de verkeerde geopereerd, dan is er wel degelijk iets weggehaald, alleen niet dat wat uw pijn veroorzaakte.

Dat klinkt onwaarschijnlijk, maar het is beschreven. In een serie waarin mensen opnieuw werden bekeken vanwege een vermoed tweede neuroom, bleek bij twee van de vijf dat bij de eerste operatie de verkeerde ruimte was geopend.

Hoe u het herkent. De pijn zit een ruimte verder dan het litteken. Vaak wijst u zelf een andere plek aan dan waar u bent geopereerd.

Wat wij doen. We beoordelen alle ruimtes tussen de botkopjes, niet alleen de geopereerde. Een proefverdoving in de verdachte ruimte geeft uitsluitsel.

5. De pijn kwam nooit van een zenuw

Ongeveer een op de drie mensen zónder voetpijn heeft een verdikte zenuw op een echo of MRI. Zo’n verdikking zien is dus niet hetzelfde als de oorzaak vinden.

Is er geopereerd op basis van een beeld dat niet bij de klacht paste, dan is er iets weggehaald dat geen pijn deed. En dan verandert er niets.

Hoe u het herkent. De pijn zit óp een teengewricht in plaats van ertussen. Of onder meerdere botjes tegelijk in plaats van op één plek.

Wat wij doen. Terug naar het begin. We onderzoeken uw hele voorvoet opnieuw, dus ook het gewrichtskapsel, de plantaire plaat, het bot en de dikte van uw vetkussen.

Bij Orthozorg: een echografist en een orthopeed beoordelen uw voet samen, tijdens hetzelfde consult. Bij twijfel geven we een proefverdoving op de verdachte plek. Verdwijnt de pijn, dan weten we waar die vandaan komt.
Bronnen: Johnson JE et al., J Bone Joint Surg Am 1988: bij 26 van de 39 opnieuw geopereerde voeten werd alsnog oorspronkelijk neuroomweefsel gevonden · Thompson FM, Deland JT, Foot Ankle 1993: bij 2 van de 5 verdenkingen op een tweede neuroom bleek bij de eerste operatie de verkeerde ruimte geopend · Koti M, Maffulli N, 2022: bij 17 van de 43 webruimtes een anatomische variant in het verloop of de vertakking van de zenuw · Adams SB et al., Foot Ankle Clin 2011: vijf mechanismen van aanhoudende of terugkerende klachten, meestal binnen 12 maanden · Zanetti M et al., Radiology 1997 en Bencardino J et al., AJR 2000: 30 tot 33% van de mensen zonder klachten heeft een neuroom op beeldvorming

Wat levert een tweede onderzoek op?

Een antwoord op de vraag waar uw pijn vandaan komt. Ook als dat antwoord is dat het niet aan de zenuw ligt.

Wat we doen

We beginnen bij uw verhaal. Wanneer begon de pijn opnieuw, is die anders dan voor de operatie, en zit hij op dezelfde plek?

Dat verschil is belangrijker dan het lijkt. Pijn die nooit is weggeweest wijst een andere kant op dan pijn die na een goede periode terugkwam.

Daarna onderzoeken we uw voet met de hand. Pas dan pakken we de echo erbij.

Waar we op de echo naar kijken

  • Zit er nog zenuwweefsel op de plek waar geopereerd is?
  • Is het uiteinde van de zenuw verdikt, en ligt het onder uw steunpunt?
  • Loopt er een tweede zenuwtak in dezelfde ruimte?
  • Zit er een neuroom in een van de andere ruimtes tussen de botkopjes?
  • Is het litteken zelf gevoelig, of ligt er een huidzenuwtje tegenaan?
  • Speelt er iets anders: een ontstoken slijmbeurs, een beschadigde plantaire plaat, een ontstoken teengewricht?
  • Hoe dik is uw vetkussen nog?

Dat laatste wordt vaak overgeslagen. Na meerdere injecties en een operatie is het vetkussen soms zo dun geworden dat dát de pijn veroorzaakt.

Wat de proefverdoving wel en niet zegt

Zien we iets verdachts, dan verdoven we echogeleid precies die plek.

Zakt uw pijn weg, dan is dat een sterke aanwijzing dat we op de goede plek zitten. Helemaal zeker is het niet, want de verdoving kan zich verspreiden naar het weefsel ernaast.

Blijft de pijn, dan zoeken we verder. Dat is geen mislukte prik maar een antwoord.

Wat deze test niet doet, is beslissen of een tweede operatie zinvol is. Die afweging maakt u samen met de chirurg.

Wat u daarna weet

Aan het eind van het consult weet u waar uw pijn waarschijnlijk vandaan komt, of daar iets aan te doen is, en of een tweede operatie in beeld komt.

Het kan zijn dat na één consult nog niet alles duidelijk is. Littekenweefsel en meerdere pijnbronnen tegelijk maken het onderzoek ingewikkelder.

Soms is de uitkomst dat er niets meer aan te doen is. Ook dat is een antwoord, en het is beter dan opnieuw iets proberen dat niet kan werken.

Wat neemt u mee?

  • Het operatieverslag of de brief van het ziekenhuis
  • Eerdere uitslagen van echo, MRI of röntgen
  • De schoenen en zolen die u meestal draagt
  • Een overzicht van eerdere injecties en wat ze deden

Kan een tweede operatie helpen?

Een tweede operatie kan helpen, maar het is geen garantie. En het is niet altijd de eerste stap.

Eerst kijken we of het ook zonder kan

De behandeling hangt af van de oorzaak. Komt de pijn niet uit een aantoonbaar probleem met de zenuw, dan valt er vaak nog iets te doen zonder opnieuw te opereren.

  • Andere schoenen, of een schoen die de voorvoet ontlast
  • Een aangepaste zool, met een uitsparing op de gevoelige plek
  • Begeleiding bij lopen en belasten
  • Behandeling van de pijn zelf

Vooral die uitsparing wordt vaak vergeten. Ligt het gevoelige zenuwuiteinde precies onder uw steunpunt, dan houdt elke stap de pijn in stand.

Wat een tweede operatie kan inhouden

Is er wel een aantoonbaar probleem met de zenuw, dan zijn er twee routes.

De chirurg kan achtergebleven pijnlijk zenuwweefsel alsnog weghalen. Of het pijnlijke uiteinde verplaatsen naar een plek waar u er niet op steunt, bijvoorbeeld dieper tussen de botjes of in een spier.

Welke van de twee bij u past, hangt af van wat er bij de eerste operatie is gedaan en van wat het onderzoek laat zien.

Wat de cijfers zeggen

Er is één onderzoek dat mensen na een tweede operatie jarenlang heeft gevolgd. Het ging om 34 mensen.

  • Twee op de drie waren pijnvrij of duidelijk verbeterd
  • Ongeveer een op de tien was verbeterd maar hield pijn
  • Een kwart merkte geen verbetering, of werd slechter

Dat is een kleine groep, en het waren mensen die speciaal voor aanhoudende pijn waren doorverwezen. Die cijfers zeggen dus iets over wat mogelijk is, niet over wat u mag verwachten.

Opvallend was wel dit: het maakte niet uit hoe vaak iemand al eerder was geopereerd. Ook na twee eerdere ingrepen was de kans op verbetering niet kleiner.

Waarom de kans redelijk is

Bij een tweede operatie weet de chirurg meer dan bij de eerste. Er is een echo, er is vaak een proefverdoving die de plek heeft bevestigd, en er is een operatieverslag van de vorige keer.

Bij de eerste operatie was er meestal alleen een vermoeden.

Bovendien wordt bij een tweede ingreep meestal via de voetzool gewerkt. Daarmee is de zenuw beter te overzien, en dat is precies wat er de eerste keer vaak misging.

Wanneer we het afraden

  • De proefverdoving neemt uw pijn niet weg. Dan zit de bron ergens anders.
  • Uw pijn is verspreid in plaats van op één punt.
  • Op de echo is geen zenuwweefsel of stomp te vinden die de klacht verklaart.
  • Uw vetkussen is dun. Dan lost een operatie de belangrijkste oorzaak niet op.

Opereren zonder bevestigde bron levert zelden iets op. Dat is nu juist hoe veel mensen in deze situatie terecht zijn gekomen.

Wat u erover moet weten

Wordt er meer zenuw weggenomen, dan worden uw tenen doffer dan ze al waren.

Het herstel duurt langer dan bij een eerste operatie. Er is littekenweefsel, en dat maakt de wond gevoeliger.

Reken op maanden voordat u het eindresultaat kent, en niet op weken.

Bij Orthozorg: we adviseren pas een tweede operatie als een proefverdoving heeft laten zien waar de pijn vandaan komt. Zonder die bevestiging beginnen we er niet aan.
Bron: Johnson JE, Johnson KA, Unni KK, J Bone Joint Surg Am 1988: 34 patiënten en 37 voeten opnieuw geopereerd, gemiddeld 76 maanden gevolgd. 67% volledige verlichting of duidelijke verbetering, 9% verbeterd met restpijn, 24% geen verbetering of verslechtering. Het aantal eerdere ingrepen had geen negatieve invloed op de uitkomst. Het betreft een geselecteerde groep met aanhoudende pijn, dus geen schatting die voor alle geopereerde patiënten geldt

Op consult bij Bella van Dalen

Orthopeed gespecialiseerd in voet- en enkelchirurgie

Bella van Dalen, orthopedisch chirurg gespecialiseerd in voet- en enkelchirurgie bij Orthozorg

Twijfelt u over een geadviseerde operatie? Heeft een eerdere behandeling niet gebracht wat u ervan verwachtte? Of kon niemand u tot nu toe vertellen waar uw voetpijn vandaan komt?

Dan kunt u een afspraak maken bij Bella van Dalen.

Zij werkte jarenlang als voet- en enkelchirurg bij Bergman Clinics. In haar loopbaan behandelde zij ongeveer 4.000 mensen met een Mortons neuroom. Duizend daarvan heeft zij geopereerd. De andere drieduizend niet.

Juist daarom is een tweede mening bij haar zinvol. Zij weet wanneer opereren nodig is, en wanneer niet.

Bella houdt spreekuur op de Orthozorg-vestigingen in Hoorn en Amsterdam. U heeft een verwijzing van uw huisarts nodig.

Contact met Bella

Binnen één week geholpen

Alles geprobeerd en nog steeds pijn?

Laten we kijken wat we voor u kunnen doen

Zo werkt het:

  1. Verwijzing: vraag uw huisarts om een verwijzing orthopedie naar Orthozorg, via ZorgDomein
  2. Contact: wij nemen binnen 24 uur contact met u op voor een afspraak
  3. Consult: binnen één week, op een van onze 10 locaties
  4. Onderzoek: een orthopeed en een echografist beoordelen uw voet tijdens hetzelfde consult
  5. Behandeling: vaak al tijdens het eerste consult, bijvoorbeeld met een echogeleide injectie als dat bij u kan

Onderzoeken en behandelingen worden vergoed vanuit de basisverzekering. U betaalt geen eigen bijdrage, wel uw eigen risico. Meer hierover leest u bij tarieven en vergoedingen en bij uw rekening.

Maak een afspraak bij Orthozorg

Bel nuContact
Bel nuContact

Veelgestelde vragen

Gaat een Mortons neuroom vanzelf over?

De klachten kunnen wegzakken. De verdikking zelf gaat niet vanzelf weg.

Verandert u van schoenen of loopt u minder, dan neemt de druk op de zenuw af. U voelt dan vaak niets meer, terwijl de verdikking er nog zit.

Daarom kan de pijn na een goede periode terugkomen. En daarom blijven goede schoenen ook belangrijk als u klachtenvrij bent.

Is een Mortons neuroom gevaarlijk?

Nee. Het is geen tumor en het is niet kwaadaardig.

Ondanks de naam gaat het niet om een gezwel. Het is verdikt littekenweefsel rond een zenuw tussen twee middenvoetsbeentjes.

Het zaait niet uit en het beschadigt niets anders in uw voet. Het doet alleen pijn.

Hoe lang duurt het herstel na een Morton-operatie?

Twee tot vier weken tot u weer gewone schoenen draagt, en drie tot vier maanden tot de zwelling weg is.

De eerste weken hangen af van de route. Is er van bovenaf geopereerd, dan mag u meestal meteen lopen in een vlakke herstelschoen. Is er via de voetzool geopereerd, dan steunt u ongeveer twee weken niet volledig op uw voorvoet.

Eén ding dat u zelden hoort: ongeveer zeven op de tien mensen houden beperkingen in welke schoenen ze kunnen dragen, ook als ze tevreden zijn over de pijn.

Wanneer mag ik weer werken en autorijden na een operatie?

Zittend werk na twee tot drie weken. Autorijden pas als u geen herstelschoen meer draagt.

Bij staand of lopend werk kan het tot twee maanden duren. Dit zijn richtlijnen uit de praktijk, geen onderzoeksuitkomsten.

Over autorijden is wel onderzoek gedaan. Een herstelschoen kost u ongeveer een tiende seconde reactietijd. Op de snelweg is dat ongeveer drie meter extra remweg.

Is uw rechtervoet geopereerd, houd dan rekening met maximaal zes weken.

Kan ik een Mortons neuroom aan beide voeten krijgen?

Ja. Ongeveer een op de vijf mensen heeft het aan beide voeten.

Belangrijker is dat het in één voet ook op twee plekken kan zitten. Daarom onderzoeken wij altijd zowel de ruimte tussen uw tweede en derde teen als die tussen uw derde en vierde, ook als uw klachten maar op één plek zitten.

Worden beide voeten behandeld, dan doen we dat na elkaar. Zo blijft u altijd op één voet goed lopen.

Kan de huisarts een injectie geven bij een Mortons neuroom?

Ja, dat mag. De plek ligt vlak onder de huid en is goed te bereiken.

Anders dan bij een schouder is er geen diep gewricht dat lastig te raken is.

Toch is er verschil, en dat zit in de eerste maanden. Onderzoek laat zien dat een injectie met de echo tot ongeveer drie maanden minder pijn geeft. Op de langere termijn is dat verschil niet aangetoond.

Er is nog een tweede reden. De echo laat zien in welke ruimte de naald zit. Zo voorkomen we dat het middel in het vetkussen onder uw voorvoet terechtkomt, want dat kan de voetzool daar dunner maken.

Helpen oefeningen of fysiotherapie tegen een Mortons neuroom?

Niet tegen het neuroom zelf. Wel tegen de gevolgen ervan.

Er is geen onderzoek dat laat zien dat oefeningen, rekken, massage of tapen de verdikking kleiner maken.

Een fysiotherapeut kan wel iets doen aan een stugge kuit en een veranderd looppatroon. Die geven extra druk op uw voorvoet.

Eén oefening heeft een duidelijke reden: het rekken van uw kuit en achillespees. Een stugge kuit duwt uw gewicht naar voren, en juist daar zit de pijn.

Welke schoenen kan ik het beste dragen?

Breed bij de tenen, een hak van maximaal drie centimeter, en een zool die niet doorbuigt onder de bal van uw voet.

Dat laatste wordt vaak verkeerd geadviseerd. Demping onder uw hiel is prettig, maar onder uw voorvoet wilt u juist stijfheid. Dan buigen uw tenen bij het afzetten minder ver omhoog.

Let ook op een uitneembaar voetbed. Zonder die ruimte past er later geen zool in.

Wat zegt de NHG-richtlijn over een Mortons neuroom?

Die bestaat niet. Het Nederlands Huisartsen Genootschap heeft er geen standaard of behandelrichtlijn over.

Er zijn ook geen vastgelegde criteria voor wanneer of naar wie een huisarts moet verwijzen.

Wat er wel is: Thuisarts.nl, de patiënteninformatiesite van het NHG. Daar staan ruime schoenen, een aangepaste zool, pijnstilling en zo nodig een injectie. Echografie en MRI worden er niet genoemd.

Contact

085 047 1627

Stuur een bericht

Reviews

Kosten en Vergoeding

Onderzoeken en behandelingen worden vergoed vanuit de basiszorg. Let op: U heeft een verwijzing orthopedie nodig van uw huisarts of specialist.

Vestigingen

  • Amsterdam
  • Zaandam
  • Purmerend
  • Hoorn
  • Heemskerk
  • Heerhugowaard
  • Houten
  • Woerden
  • Almelo
  • Enschede

Over Orthozorg

Orthozorg (voorheen Echozorg) is een polikliniek voor orthopedie. U wordt altijd binnen één week onderzocht door een orthopeed en echografist. Zo komen wij zonder vertraging tot de juiste diagnose. Vaak kunnen we u tijdens het eerste consult al behandelen.

Aandoeningen

Schouder
Artrose AC gewricht
Artrose schouder
Biceps Tendinitis
Cuff ruptuur
Frozen Shoulder
Peesontsteking schouder
Slijmbeursontsteking schouder
Tendinitis calcarea

Elleboog
Golferselleboog
Slijmbeursontsteking elleboog
Tennisarm

Pols en hand
Artrose duim
Ganglion pols
Quervain
Triggervinger

Heup
Slijmbeursontsteking heup

Knie
Artrose knie
Jumpers knee
Osgood Schlatter

Voet en enkel
Achillespees ontsteking
Hielspoor
Mortons neuroom
Peesplaatontsteking

Behandelingen

Cortisone injectie
Hyaluronzuur injectie
ACP injectie
Echogeleide injectie
Barbotage
Shockwave therapie

Aangesloten bij

Verwijzers kunnen ons in ZorgDomein vinden onder Medisch specialistische zorg > Orthopedie > Gewrichtsaandoeningen

Vestigingen

Amsterdam, Zaandam, Purmerend, Hoorn, Haarlem, Heemskerk, Heerhugowaard, Houten, Woerden, Almelo, Enschede

Over ons

Contact
Vestigingen
Verwijzers
Meest gestelde vragen
Privacy Statement

Openingstijden

Ma. 8:30 – 17:00 uur
Di. 8:30 – 17:00 uur
Wo. 8:30 – 17:00 uur
Do. 8:30 – 17:00 uur
Vr. 8:30 – 17:00 uur

Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde