Artrose wordt vaak omschreven als ‘slijtage’. Maar wat er in uw schouder gebeurt is complexer dan dat. In een gewricht met artrose spelen vijf processen tegelijk een rol — en dat verklaart waarom de klachten zo wisselend kunnen zijn.
De vier stadia van artrose
Orthopeden delen gewrichtsslijtage in vier stadia op basis van de Kellgren-Lawrence schaal — wereldwijd de standaard voor het beoordelen van artrose op röntgenfoto’s:
Stadium 1 (beginnende artrose) → Stadium 2 (matige artrose) → Stadium 3 (gevorderde artrose) → Stadium 4 (ernstige artrose: bot-op-bot contact)
- Graad 1: Twijfelachtige vernauwing van de gewrichtsspleet, mogelijke kleine osteofyten
- Graad 2: Duidelijke osteofyten, mogelijke vernauwing van de gewrichtsspleet
- Graad 3: Matige osteofyten, duidelijke vernauwing, enige botvervorming
- Graad 4: Grote osteofyten, ernstige vernauwing of verdwijning van de gewrichtsspleet, bot-op-bot contact

De Kellgren-Lawrence schaal: van graad A (geen artrose) tot graad D (ernstige artrose). Hoe smaller de ruimte tussen de botten, hoe verder de artrose gevorderd is.
Belangrijk: het stadium op de röntgenfoto komt niet altijd overeen met de ernst van de pijn. Iemand met graad 2 kan meer pijn hebben dan iemand met graad 3. De vijf processen hieronder verklaren waarom.
1. Veranderingen in bot en kraakbeen
In een gezond schoudergewricht zorgt kraakbeen voor een gladde, veerkrachtige laag tussen de botten. Bij artrose wordt dit kraakbeen dunner en verliest het veerkracht, wat de wrijving vergroot. De gewrichtsspleet vernauwt tot er bij ernstige artrose bot-op-bot contact ontstaat. Botten verdikken en vormen uitsteeksels (osteofyten) aan de randen van het gewricht. Het gewrichtskapsel verstijft en wordt dikker, wat de beweging verder beperkt. Enzymen (matrix-metalloproteinasen) breken het kraakbeen versneld af, terwijl de aanmaak stagneert — een balans die bij artrose structureel verstoord is.
2. Het gewrichtsvocht droogt uit
Gezond gewrichtsvocht bevat veel hyaluronzuur — een natuurlijke smeerstof die tot 1000 keer zijn gewicht aan vocht vasthoudt. Het werkt als vloeistof bij langzame bewegingen (smering) en als gel bij snelle bewegingen (schokabsorptie). Bij artrose maakt het lichaam minder en kwalitatief slechter hyaluronzuur aan. De smering neemt af, beweging wordt stroever en pijnlijker. De schokdemping vermindert. Het gewricht droogt als het ware uit en verliest zijn natuurlijke veerkracht.
3. Chronische ontstekingsreacties
Afbraakproducten van het kraakbeen irriteren het slijmvlies van het gewricht (synovium). Ontstekingscellen reageren met de aanmaak van ontstekingsstoffen die extra vocht aantrekken, het gewrichtskapsel laten opzwellen en stijfheid veroorzaken. Dit is de belangrijkste bron van pijn bij artrose — niet de slijtage zelf. Kraakbeen heeft namelijk geen zenuwen. De ontsteking creëert een vicieuze cirkel: ontstekingsstoffen tasten het kraakbeen verder aan, wat meer ontsteking geeft. Meer dan de helft van de artrosepatiënten heeft tekenen van synovitis, ook in vroege stadia van de ziekte.
4. Abnormale bloedvaten en pijngevoelige zenuwen
Door aanhoudende ontstekingsprocessen groeien abnormale bloedvaatjes (neovascularisaties) in het gewrichtskapsel. Met deze vaatjes groeien pijngevoelige zenuwvezels mee die voortdurend signalen naar de hersenen sturen — ook in rust en ’s nachts. Artrose is hierdoor niet alleen een mechanisch maar ook een neurologisch probleem. Dit verklaart waarom artrosepijn soms aanhoudt, zelfs als er weinig slijtage zichtbaar is op de röntgenfoto — en omgekeerd, waarom ernstige slijtage niet altijd ernstige pijn geeft.
5. Het hele gewricht raakt betrokken
Artrose wordt nog vaak gezien als een kraakbeenziekte. Maar recent onderzoek toont aan dat het hele gewricht aangedaan raakt: gewrichtskapsel, subchondraal bot, omliggende spieren en pezen. Dit maakt artrose een progressieve aandoening van het gewricht als geheel — en verklaart waarom vroege behandeling het meeste effect heeft, wanneer de meeste structuren nog intact zijn.
💡 Bronnen: Ibounig T et al. Glenohumeral Osteoarthritis: Etiology and Diagnostics. Acta Orthopaedica, 2021 | Walsh DA et al. Angiogenesis and nerve growth in osteoarthritis. Nature Reviews Rheumatology, 2012 | Loeser RF et al. Osteoarthritis: a disease of the joint as an organ. Arthritis & Rheumatism, 2019.