Beenlengteverschil
Bij een verschil in beenlengte kantelt het bekken een klein beetje bij elke stap. Het lichaam compenseert dat automatisch door het langere been iets naar binnen te laten lopen.
Dat klinkt onschuldig, maar die kleine afwijking zorgt ervoor dat het peesblad aan de buitenkant van de heup, de ITB, bij elke stap harder aanspant tegen de trochanter. Op den duur raakt de slijmbeurs geïrriteerd.
Er zijn twee soorten beenlengteverschil. Bij het eerste is één bot echt langer. Bij het tweede staat het bekken scheef, waardoor de benen ongelijk aanvoelen terwijl ze even lang zijn.
Dat tweede type is vaak te corrigeren zonder hulpmiddelen. Bij een echt verschil van meer dan één centimeter kunnen steunzolen of een hielvulling helpen om de belasting gelijkmatiger te verdelen.
Na een heupprothese
Een groep die dit probleem regelmatig ervaart zijn patiënten na een nieuwe heup. Een heupprothese verandert de verhoudingen in het gewricht.
Als het geopereerde been daarna iets langer uitvalt dan het andere been, verandert ook de manier waarop het peesblad over de buitenkant van de heup loopt.
De slijmbeurs komt anders te liggen en raakt eerder geïrriteerd.
Onderzoek laat zien dat 4 tot 17% van de patiënten na een heupprothese klachten aan de buitenkant van de heup ontwikkelt, en dat een beenlengteverschil van meer dan 5 millimeter het risico aanzienlijk vergroot.
Bij twijfel is het zinvol om de beenlengte opnieuw te meten op röntgenfoto’s.
Zwakke heupspieren
De bilspieren aan de buitenkant van de heup, gluteus medius en gluteus minimus, zorgen er bij elke stap voor dat het bekken horizontaal blijft.
Als die spieren te zwak zijn, zakt het bekken naar de verkeerde kant bij elke stap. Dat ziet u in het looppatroon als een wiegende beweging van de heupen, alsof iemand een zware rugzak draagt.
Door die beweging wordt de ITB bij elke stap harder aangesnoerd tegen de trochanter.
Ondertussen probeert het lichaam de zwakke bilspieren te compenseren met een andere spier aan de buitenkant van het bovenbeen, de TFL. Die compenseert wel, maar trekt daarbij de ITB nog strakker aan. Het probleem wordt zo erger in plaats van beter.
Spierversterkende oefeningen zijn daarom een belangrijk onderdeel van elke behandeling. Maar de volgorde maakt een verschil: beginnen met oefeningen tijdens een acute ontsteking kan de klachten verergeren. Eerst de ontsteking behandelen, dan versterken.
Bij Orthozorg: Beenlengteverschil stellen we vast met röntgenfoto’s. Zwakte van de bilspieren is zichtbaar op de echo als spieratrofie en herkenbaar in het looppatroon. Bij klachten na een heupprothese nemen we de beenlengte altijd opnieuw in de meting mee.
Bron: Pumarejo Gomez L et al. Greater Trochanteric Pain Syndrome. StatPearls / NCBI Bookshelf, update 2024. | Physio-pedia: Greater Trochanteric Pain Syndrome 2024. | Sawa M et al. Restoration of leg length and offset correlates with trochanteric pain syndrome in total hip arthroplasty. Scientific Reports, 2020.