De exacte oorzaak van een Mortons neuroom is niet bekend.
Wel weten we dat de zenuwzwelling ontstaat door langdurige druk en wrijving tussen de middenvoetsbeentjes.
Op internet leest u van alles over dé oorzaak van een Mortons neuroom. Lang niet alles daarvan klopt. Hieronder hebben we wat wél en niet is aangetoond op een rijtje gezet.
Smalle schoenen en hoge hakken
Schoenen met een smalle punt duwen de middenvoetsbeentjes naar elkaar toe. De zenuwen die daartussen lopen, kunnen klem komen te zitten onder een bindweefselbandje tussen de middenvoetsbeentjes.
Hoge hakken duwen uw lichaamsgewicht naar voren. Daardoor komt er meer druk op de voorvoet. Een smalle punt met een hoge hak is de ongunstigste combinatie. Ook een te kleine maat kan klachten geven, want dan krullen uw tenen op.
Schoenen zijn de meest genoemde oorzaak. Bewezen is het niet. Maar het is wel wat patiënten zelf het duidelijkst merken: de pijn zakt weg zodra de schoen uitgaat.
Korte kuitspieren of een stijve enkel
Dit is de best onderbouwde oorzaak. En tegelijk de minst bekende.
Is uw kuitspier of achillespees te kort, dan buigt uw enkel tijdens het lopen minder ver door. Daardoor steunt u eerder en zwaarder op de voorvoet. Precies waar de zenuwen tussen de middenvoetsbeentjes lopen.
Hoe stijver de enkel, hoe groter de kans op een Mortons neuroom. Van alle onderzochte oorzaken heeft deze het duidelijkste verband.
En er is iets aan te doen. Namelijk rekoefeningen. En heel soms een operatie waarbij de kuitspieren worden verlengd. Deze operatie is zelden nodig en komt pas in beeld als niets anders helpt.
Een instabiel teengewricht
Onder elk teengewricht ligt een stevige plaat van kraakbeenachtig weefsel: de plantaire plaat. U kunt hem vergelijken met de meniscus in uw knie. Hij vangt de druk op en houdt het middenvoetsbeentje en het eerste kootje van de teen op hun plek.

Raakt die plaat beschadigd, dan wordt het teengewricht instabiel. De belasting op uw voorvoet verandert daardoor.
Toch is een beschadigde plantaire plaat meestal geen oorzaak van een neuroom. Wel wordt hij er vaak mee verward.
Dat blijkt uit onderzoek waarin beide aandoeningen tegelijk zijn bekeken. In de grootste studie werden veertig beschadigde plantaire platen gevonden, bijna allemaal bij de tweede teen. Bij geen enkele daarvan zat een neuroom in de ruimte ernaast. Wel iets anders: littekenweefsel rond het gewrichtskapsel, of een ontstoken slijmbeurs.
Dat weefsel lijkt op een echo sprekend op een neuroom. Zo ontstaan verkeerde diagnoses, vooral bij de tweede teen.
Daarom onderzoeken we altijd of uw teengewricht stabiel is. Zit de pijn óp het gewricht in plaats van ertussen, dan is het waarschijnlijk geen Morton.
Trauma
Stoot u uw teen hard ergens tegenaan, dan kan het gewricht gedeeltelijk uit de kom schieten. Ook een kneuzing of een verstuiking van de voorvoet kan de stand van de botjes veranderen.
Het teenkootje komt dan iets omhoog te staan. Daardoor kantelt het middenvoetsbeentje naar beneden, richting de zenuw die eronder doorloopt. Bij elke stap komt er dan meer druk op die plek.
Zo kan een ongeluk van jaren geleden nu nog meespelen. De klachten beginnen soms pas maanden later.
Let op: na een trauma komt de pijn vaker uit het teengewricht zelf, uit een beschadigde plantaire plaat of uit een haarscheurtje dan uit de zenuw. Het verband tussen een trauma en een neuroom is niet bewezen.
Kromme tenen en een scheve grote teen (hallux valgus)
Hamertenen, klauwtenen en een scheve grote teen komen vaak samen met een Mortons neuroom voor. Toch zijn ze waarschijnlijk niet de oorzaak. Dat is uitgezocht en er kwam geen verschil uit.
Wat ze wel laten zien: uw voorvoet heeft het al lang zwaar. Kromme tenen ontstaan namelijk doordat dezelfde plantaire platen onder de teengewrichten langzaam verslappen.
We kijken er dus zeker naar. Maar heeft u er zelf geen last van, dan behandelen we ze niet. En zeker niet in de hoop dat het neuroom er vanzelf mee verdwijnt.
Waarom juist tussen de derde en vierde teen?
Daar zijn twee verklaringen voor. Welke klopt, weten we niet.
De oorspronkelijke verklaring: tussen deze middenvoetsbeentjes komen twee zenuwtakken samen. De zenuw naar de tenen zou daardoor dikker zijn en dus sneller bekneld raken. Maar die samenkomst blijkt bij maar één op de drie mensen aanwezig. Dat verklaart te weinig.
De tweede verklaring is logischer. Het binnenste deel van uw voet staat vrij stijf. Het buitenste deel beweegt juist mee. De ruimte tussen het derde en vierde middenvoetsbeentje ligt precies op die overgang. Daar schuiven de botjes bij iedere stap het meest langs elkaar. En juist daar loopt de zenuw.
Platvoeten en overpronatie: vaak genoemd, niet aangetoond
Op vrijwel elke website staat dat platvoeten, een doorgezakte voorvoet, overpronatie of een afwijkende lengte van de middenvoetsbeentjes een Mortons neuroom veroorzaken.
Dat is onderzocht. Het bewijs ontbreekt.
In één onderzoek werd de voetstand vergeleken van mensen met en zonder neuroom. Daar kwam geen verschil uit. In een ander onderzoek werd op röntgenfoto’s de lengte van de middenvoetsbeentjes en de stand van de grote teen gemeten. Ook daar geen verschil. En in de enige studie waarin de voetstand met een zool werd gecorrigeerd, veranderde de pijn niet.
Toch doet de vorm van uw voet er wel toe, alleen anders dan vaak wordt gedacht. Een zool die de stand corrigeert helpt niet. Een zool die de druk onder de botkopjes wegneemt wel.
Dat verschil bepaalt hoe een goede zool eruitziet.
Wie krijgt het vaker?
Vrouwen krijgen een Mortons neuroom vaker dan mannen, waarschijnlijk vooral door schoeisel. De klachten beginnen meestal tussen de veertig en de zestig jaar.
We zien het verder vaker bij hardlopers, dansers en mensen die de hele dag staan of lopen.
Bij Orthozorg: we kijken niet alleen naar de zenuw. We testen ook hoe ver uw enkel doorbuigt, of uw teengewrichten stabiel zijn en hoe dik het vetkussen onder uw voorvoet is. Die drie bepalen mee welke behandeling zin heeft.
Bronnen: Naraghi R et al., J Foot Ankle Res 2016 · Naraghi R et al., Foot Ankle Int 2017 · Gregg J et al., MRI van scheuren in de plantaire plaat en bijkomende afwijkingen in de aangrenzende ruimte · Kilmartin TE & Wallace WA, Foot Ankle Int 1994 · Coughlin MJ et al., Foot Ankle Int 2002 · Levitsky KA et al., Foot Ankle 1993 · Gougoulias N et al., EFORT Open Rev 2019